Calvijn lezen vanuit het standpunt van de vluchtelingen

Door Emery Jones

Wie Calvijn niet leest vanuit het standpunt van de vluchteling die door corrupte overheden een precair leven opgedrongen kreeg, die leest Calvijn gegarandeerd fundamenteel verkeerd. Alleen door hem vanuit de positie van een onderdrukte te lezen, kunnen we Calvijn en zijn theologie begrijpen als een orthodoxe christelijke leer. Calvinisme is de theologie van zij die midden hun onderdrukking worstelen om de fundamentele goedheid te zien van de cosmos die God geschapen heeft.

De leer van de totale verdorvenheid verwordt zelf tot hetgeen ze benoemt, wanneer ze voor iets anders wordt ingeroepen dan voor het veroordelen van de omstandigheden waarin de armen en onderdrukten moeten leven. Die leer veroordeelt de politieke overheden en hun geweld dat mensen wegjaagt uit hun huizen en uit de levens die God Zelf voor hen wilde garanderen. Het is een veroordeling van de economische systemen die de armen naar sloppenwijken verbannen. Het is een veroordeling van de verschrikkingen van het lynchen. En het is een veroordeling van alle andere zonden die bijdragen aan een wereld waarin dit kwaad zelfs maar voorstelbaar is, laat staan dagdagelijkse realiteit.

De leer van onvoorwaardelijke verkiezing toont hoe God de hele vraag zelf verwerpt of iemand al dan niet waardig zou zijn om gered te worden van het kwaad dat ons omringt. God redt ons onvoorwaardelijk omdat god ons onvoorwaardelijk liefheeft. God houdt niet van ons omdat we rijk of machtig zijn of omdat we hard werken of intellectueel zijn of veel bereikt hebben in het leven. God houdt van ons omdat Hij, die onze Goede Vader is, gewoon niet kan ophouden met van ons te houden. Niet omwille van wat we gedaan hebben, maar simpelweg omwille van wie we zijn.

De leer van onweerstaanbare genade toont de hoop dat God ons nooit zal verlaten of verraden. God zal ons nooit alleen achterlaten in deze zondige wereld, maar schept, zelfs nu te midden van ons lijden, een wereld waarin we zullen kunnen bloeien en leven zoals God het voor ons heeft gewenst. God wil dat wij, gewoon zoals wij zijn, kunnen schitteren en licht kunnen brengen in de duisternis van de wereld. God wil dat wij kunnen beseffen waarom we leven en ademen, dat wij onze ziel kunnen vervullen. Het is God die de onmeetbare schoonheid ziet in ons, in diegenen die deze wereld veracht en verworpen heeft.

De leer van het volharden van de heiligen is een leer die alleen maar correct begrepen kan worden als Gods eigen protest tegen de ellende waartoe deze wereld de armen en de onderdrukten veroordeelt. Zij werden geroepen om voor eeuwig Gods eigen volk te zijn en God zal zich voor hun belangen inzetten en van al wie hen van het leven wil beroven, zelf het eigen leven wegnemen, zoals we lezen in het boek Spreuken. En ook al wordt vandaag het huis, de cultuur en het leven zelf gestolen van zovelen, Gods belofte van een eeuwige thuis bij Hem is onherroepbaar.

De leer van de predistinatie drukt de hoop uit dat God nog steeds de controle heeft en alles weer goed zal maken. Het is het enige waaraan wij ons kunnen vasthouden wanneer het leven voor ons te onzeker wordt. Het is de zoete belofte van Christus die ons geroepen heeft, gedoopt en opgetekend als voor eeuwig de Zijne.

Dit is het standpunt van waaruit Calvijn aan theologie deed. Hij probeerde om de bekommernissen van de vluchtelingen ter harte te nemen. Wanneer we dat standpunt verlaten, wanneer we Calvijn reduceren tot een aantal logische stellingen die losgemaakt zijn van die context, dan slaan we de bal volledig mis. Dan missen we volledig wat Calvijn probeerde te doen en verdraaien we zijn theologie tot iets kwaadaardigs en pervers.

Dick Boer leest het boek Job

(Dick Boer, Wenn nichts mehr stimmt… Hiob rettet den Namen,
Argument Edition ItP Kompass, 2019
Boekbespreking door Tony van Haver)

Dick Boer is in onze kringen vooral bekend door zijn boek “Verlossing uit de Slavernij“. Hij is een Nederlandse theoloog die ook vele jaren dominee was in een protestantse internationale gemeente in de DDR en is ook bekend als “christen voor het socialisme”. Niet alleen in het kader van die organisatie maar ook als notoir lid – bewust als christen – van de communistische partij in Nederland, is hij een fundamenteel denker met betrekking tot de link tussen het Marxisme en het Christendom (zie hiervoor ook zijn voorlaatste boek : “Theopolitische Existenz – von gestern, für heute”.
Dit laatste boek van Dick Boer over het boek Job is een grondige tekstanalyse van dit bijbelboek, waarvan de naam ons bekend in de oren klinkt. Sommigen kennen ook wel de grote verhaallijn. Als ik schrijf een ‘grondige tekstanalyse’ dan doe ik dat echt wel bewust: de auteur gaat de tekst door in de volgorde zoals hij er staat. Hij volgt dus het proces dat de verhaalfiguur Job doormaakt. Hij wijst er ook op dat wij als lezers eigenlijk meer weten dan Job zelf. Wij hebben de inleiding gelezen, Job natuurlijk niet. Dat is een belangrijker opmerking dan op het eerste zicht lijkt, omdat wij als lezers worden uitgenodigd het ‘gebeuren’ te verstaan zoals Job het meemaakte en begreep (of vaak ook niet begreep) zonder rekening te houden met wat in de inleiding van het boek staat.
Een tweede voorafgaandelijke opmerking is, dat de auteur veel verwijst naar andere bijbelteksten (Deutronomium, Genesis, Exodus e.a., maar toch vooral naar de Psalmen). Hij wil de lezer dus laten aanvoelen dat het een door en door joodse tekst is die vraagt om binnen het kader van jodendom te worden gelezen en verstaan. Het verhaal is dus verbonden met de geschiedenis van Juda of nog exacter ‘van Israël’ (in zijn theologische betekenis uiteraard zonder dat dat ook maar enige referentie inhoudt naar de landsnaam van vandaag) of van het gebrek aan ‘Israël’ (juist omdat het een reactie is op de ontrouw van Israël aan het eigen bevrijdingsproject) . Om het boek goed te kunnen volgen moet men dus de bijbel bij de hand hebben want weinigen kennen al die teksten waarnaar gerefereerd wordt van buiten. Maar anderzijds maken die verwijzingen veel duidelijk van wat Boer bedoelt.
Dick Boer plaatst – net als Ton Veerkamp trouwens – het boek Job in een periode dat het project Israël niet meer ‘politikfähig’ was. Job was dus – zo zou men kunnen zeggen – een overlevende van de op de Thora gebaseerde maatschappij en politiek. Boer situeert Job – een metafoor voor ‘Israël’ dat zich buiten het land Israël/Juda – in het land ’Uz’ bevind. Politiek en maatschappelijk is het eigenlijk niet meer Israël maar een ‘vreemd’ buitenland, een land en maatschappij waar niet de Thora de leidraad is, maar eerder een maatschappij die daar volledig ontrouw aan is, en de weg is gevolgd van de omringende culturen. De kernvraag voor Job is dus (ik vertaal): “Wat te doen als het bijbels bevrijdingsperspectief er niet meer is (abhandengekommen ist)?”

En, uiterst belangrijk voor de auteur en hopelijk ook voor ons, is dan dat net dat ook onze vraag en onze situatie is : (ik vertaal) “ook ik had een project waarin ik geloofde, ook ik heb het – net als job het zijne- overleefd” (Boer beleefde als dusdanig de ondergang van de DDR). Bij uitbreiding gaat het duidelijk over ons aller situatie : te leven in een maatschappij gedirigeerd door het kapitalisme en neo-liberalisme met zijn streven naar winstmaximalisatie wat dus ongeveer – te kort geformuleerd – het omgekeerd is van de thorarepubliek. Heeft het dan nog enige zin tegen de wereld, zoals die nu geworden is, te protesteren, aangezien die zo overweldigend ‘machtig’ is? Is het dan niet simpeler om alles te nemen zoals het is en te genieten van het bestaan zonder meer? Die vraagstelling van de auteur van het boek Job – én van Dick Boer, is dus wezenlijk ook de onze, zij het natuurlijk anders dan ten tijde van Job. En vooral is onze positie niet deze van Job: op de mesthoop, in as en stof zittende, voorzien van allerlei ziekten. Nee, wij leven in een luxe situatie, het ontbreekt ons aan weinig. Maar net daarom is de vraag “leg ik er mij bij neer – bij de niet-thora gerichtheid van de maatschappij, gebaseerd op het kapitalisme in soms vrij extreme vorm” of “zoek ik toch nog naar de realisatie van de oude droom?”.

Cruciaal is én blijft het een uitdaging. Dat bleek het uiteindelijk toch te zijn voor Job en dat is het ook voor ons.

Is er enerzijds de vraag, het probleem, de uitzichtloosheid, dan is er ook nog altijd het perspectief (is dat niet een fundamenteel bijbelse houding?). Hij schrijft (ik vertaal) : “omkeer, bekering, blijft altijd mogelijk. Er bestaat/bestond in de geschiedenis niet zo iets als ‘uitzichtloze situaties’ zonder dat er ook een perspectief is. Dat is de logica van de Thora en de profeten. De Thora wijst de weg, de profeten roepen op tot omkeer/bekering”.
Dick Boer analyseert grondig de vele redevoeringen van de antagonisten en vooral dan deze van de ‘kameraden’ van Job die hem willen doen inzien dat het probleem bij hem zelf (Job) ligt of moet liggen. Dat kan niet anders dan dat hij (Job) ‘gezondigd’ heeft. Immers, de Naam (de maatschappij/Israël) kan toch niet fout zijn! Maar Job is niet gediend met hun visie. Het is voor hem geen antwoord op zijn fundamentele vraag: Is De Naam dan veranderd? Is JHWH ontrouw geworden (aan het verbond)? Heeft Hij zich teruggetrokken? Ik illustreer dat met volgend citaat uit het boek : (ik vertaal) : “Jobs probleem is : deze logica functioneert niet meer, ondanks dat hij (Job) de Thora gedaan heeft, moet hij ervaren dat het vergeefs was”… “De logica van Bildad (één van de kameraden) is anders : Als uw zonen tegen Hem gezondigd hebben, heeft Hij hen in de handen van hun afvalligheid geplaatst” (Job, 8, 4). Een aangehaald voorbeeld van verwijzing naar de psalmen past hier als illustratie van de vele functionele verwijzingen : (ik vertaal) : ‘Rust even uit, waarom slaap je, Mijn Heer, ontwaak” (Psalm 44,24).

Onderwijl wordt ook de vraag gesteld : wie is nu diegene die zich moet bekeren : Job omdat hij – ondanks zijn ontkennen – fout was (althans volgens de logica van het ‘heersend’ systeem of de kameraden die vasthouden aan de bestaande ordening omdat zij daardoor ‘geïndoctrineerd zijn en de fout van het systeem niet meer zien? (waarom? Omdat het hemd nader is dan de rok?)

Het belangrijkste – of toch het antwoord dat de auteur van het boek Job geeft – is natuurlijk te vinden in de redevoering van (JHWH) De Naam. Uiteindelijk neemt De Naam het woord. Vaak wordt dit te beperkend gelezen door zich toe te spitsen op het fragment waarin aan Job de vraag wordt gesteld : heb jij de schepping geschapen? Heb jij dit, heb jij dat? Nee? Waar haal je dan het recht om mij (Uw god) ter verantwoording te roepen? Zwijg en ken je plaats. Ik formuleer het nu wat kort door de bocht maar toch komt de vaak gebruikte interpretatie van Gods antwoord aan Job daarop neer. Dick Boer verwijst heel uitdrukkelijk naar Genesis, naar de droom van De Naam en moet constateren dat zelfs De Naam moet vaststellen “Die Utopie is gleichsam utopisch geworden” (pag.164). En net als in Genesis vraagt De Naam : “Adam – Hebreeuws voor Mens/mensheid – , waar ben je?” De auteur wijst er op dat De Naam niet in staat is/niet kan (“in seine Ohnmacht”) tussen te komen in de concrete geschiedenis (“die irdischen Angelegenheiten”).

De Naam zal Job niet ‘verlossen’ uit zijn ellende (veroorzaakt door een ‘ontspoorde’ maatschappij én op zichzelf metafoor van die ontsporing), maar komt Job wel tegemoet met de vraag/de uitdaging: is de utopisch geworden utopie dan geen utopie meer (voor jou, Job)? (ik vertaal) “Kan de utopie niet bestaan ​​als een ‘niet-plaats/onbestaande/gedroomde plaats’ (nicht-ort) die, hoewel ze (de utopie dus) de geschiedenis niet stuurt, Job toch kan overhalen om zijn protest tegen een omgekeerde wereld voort te zetten”….” Hij (Job) zal moeten leren leven met de utopisch geworden utopie”…”Het hangt van jou af”.

Dat is natuurlijk niet alleen de vraag aan Job maar ook aan ons (allen).

Dit kan Job (en wij?) positief beantwoorden in het bewustzijn en de ervaring (ik vertaal) “Hij (De Naam) kan het ellendige leven van Job niet veranderen, maar laat hem weten dat hij in zijn situatie niet volledig in de steek is gelaten door God” waarbij Dick Boer verwijst naar de Naam :”ik zal er zijn* , zoals ik er ben!“ Ex 3, 14).

Het boek job is dus vandaag heel actueel: ook wij leven in een maatschappij/wereld waarin de Utopie utopisch geworden is. Wie gelooft er nog in? Velen (zoals de kameraden van Job) leggen er zich bij neer, accepteren de logica van het systeem, van de heersende wereldorde. Slechts weinigen willen verder gaan maar : Wie voelt zich niet van god en klein pierke verlaten in deze strijd? Wie vraagt zich niet af: was het nu wel de moeite? (ook de vraag na meerdere pogingen in de geschiedenis). Onze wereld en maatschappij lijkt immers nog weinig gemeen te hebben met de zorg voor elkaar, laat staan met – bij prioriteit – de zorg voor de armen, de gevangenen, de vluchtelingen, de zieken…….!

In een epiloog vestigt Dick Boer nog de aandacht op iets belangrijks: het keert maar (volledig) ten goede nadat Job gebeden had voor zijn kameraden en zich dus ondanks hun tegenwringen om hen blijft bekommeren. En nadat het duidelijk wordt dat het niet alleen om Job gaat maar dat Job maar ten volle tot zijn recht komt als hij functioneert in een gemeenschap : (ik vertaal) “De gezegende is geen eenling, gezegende kan alleen in de gemeenschap zijn : Job wordt een volk, wordt Israël. En hij krijgt weer een toekomst”

En ongeveer de laatste zin van het boek is “…das in dieser, unserer Zeit das ‘noch-nicht der Erfülling die Regel ist…Das gelobte Land ist noch in Weiter Ferne“ (ik vertaal : dat in deze, onze tijd, de niet vervulling de regel is…Het beloofde land situeert zich nog in de verre – onbereikbare? – verte)

Is de idee, hier verwoord niet totaal nieuw voor velen van ons, dan is het toch een ‘lezing’ van het boek Job die aantoont hoe het ook over ‘ons’ en ‘onze situatie’ gaat en ons doet nadenken over de eeuwige vraag : Que faire? (de titel trouwens van een boekje van Lenin). Het gaat dan niet zozeer over een illusoir personage dat ‘iets’ meemaakt met god. Het gaat over een ervaring van de bijbelse auteur (als vertegenwoordiger en emanatie van een restgroep?). En die ervaring is er ook nog vandaag en dus kan het boek ons inspireren en moed geven (aan die restgroep?). Maar het zal wel niet vanzelf gaan.

Dit is wellicht niet de enige lezing die mogelijk is en zeker niet de enige lezing die bestaat. Maar zoals iemand zei tijdens een samenkomst : ja, er zijn verschillende lezingen/leessleutels van de bijbel mogelijk. Maar de manier waarop wij het doen – de contextuele lezing – is een lezing waar ik iets kan mee doen in mijn leven”.

Een aanrader dus. Al heb je best een woordenboek bij de hand. Ik vrees dat er niet vlug of zelfs nooit een Nederlandse vertaling beschikbaar zal zijn.

Nationalisme in de Tenach

(Fragment uit het boek “Gij zult zijn als Goden” van Erich Fromm,
p. 62-65 in de Nederlandse vertaling van uitgeverij Bijleveld, Utrecht, 1975)

De idee, dat de mens geschapen is naar Gods beeld, leidt niet alleen tot het concept, dat de mens gelijk is aan God of zelfs vrij van God, maar ook tot de centrale humanistische overtuiging, dat iedere mens de gehele mensheid in zich draagt.

Op het eerste gezicht lijkt het echter, alsof de opvattingen van de Bijbel en de latere joodse traditie door en door nationalistisch zijn en er een scherpe scheiding gemaakt wordt tussen de Israëlieten en de rest van de mensheid, zowel wat betreft hun wezen als wat betreft hun bestemming. Is Israël niet “het uitverkoren volk”, Gods lievelingszoon, uitmuntend boven alle volkeren? Komen er in de Talmoed niet vele nationalistische en xenofobische passages voor? Zijn de joden in de loop van hun geschiedenis niet vaak zeer nationalistisch geweest, hebben zij niet dikwijls de neiging gehad zich boven de niet-joden verheven te voelen en een grote mate van chauvinisme en clangeest aan de dag gelegd? Niemand zal dit kunnen ontkennen en het is overbodig er bewijzen voor aan te voeren. Een van de wezenlijke kenmerken van het paulinische en latere christendom is dan ook, dat het zich van elk nationalisme bevrijdde en een “katholieke” kerk stichtte, die alle mensen, ongeacht hun nationaliteit of afkomst, omvatte.

Als wij deze nationalistische houding onderzoeken, zij wij aanvankelijk geneigd haar te verontschuldigen door haar te verklaren. In de eerste stadia van zijn geschiedenis was Israël slechts een kleine stam, die voortdurend in oorlog was met andere stammen en volken en onder dergelijke omstandigheden kunnen wij nauwelijks verwachten internationalistische en universalistische ideeën aan te treffen. Na de zevende eeuw v.Chr. is de geschiedenis van de joden er een van een klein volk, in zijn bestaan bedreigd door grote mogendheden, die het trachten te veroveren en te knechten. Eerst wordt hun land bezet door de Babyloniërs, waarbij velen gedwongen worden hun land te verlaten en zich in dat van de veroveraar te vestigen. Enkele eeuwen later vallen de Romeinen Palestina binnen, de Tempel wordt verwoest, vele joden worden gedood of gevangen genomen en tot slaaf gemaakt en zelfs het uitoefenen van hun religie wordt hun op straffe des doods verboden. Nog weer later, gedurende al de eeuwen van hun ballingschap, zijn de joden vervolgd, gediscrimineerd, gedood en vernederd door de kruisvaarders, de Spanjaarden, de Oekraïeners, de Russen en de Polen, en in onze eeuw werd meer dan een derde van hen vernietigd door de nazi’s. De gunstige perioden onder islamitische heerschappij buiten beschouwing gelaten, zijn de joden altijd, zelfs onder de beste christelijke heersers, als minderwaardig beschouwd en werden zij gedwongen in getto’s te leven. Is het verwonderlijk dat zij een haat tegen hun onderdrukkers gingen koesteren en ter compensatie van de reeds voortdurende vernederingen een sterke nationalistische trots en clangeest ontwikkelen? Maar niettemin, al deze omstandigheden kunnen het bestaan van het joodse nationalisme slechts verklaren, zij kunnen het niet rechtvaardigen.

Men dient hierbij echter te bedenken, dat de nationalistische instelling weliswaar één element in de bijbelse en later joodse traditie vormt, maar dat zij in evenwicht gehouden wordt door precies het tegenovergestelde principe: dat van het universalisme.

De idee van de eenheid van het menselijk geslacht komt als eerste tot uitdrukking in het verhaal van de schepping van de mens. Eén man en één vrouw worden er geschapen om de voorouders te zijn van het gehele mensengeslacht – meer in het bijzonder van de drie grote groepen, waarin de bijbelse traditie de mensheid verdeelt: de afstammelingen van Sem, Cham en Jafeth (de zonen van Noach). De tweede uitdrukking van de universaliteit van het menselijk geslacht vinden wij in Gods verbond met Noach. Dit verbond wordt gesloten vóór dat met Abraham, de stamvader van Israël. Het is een verbond met het hele mensengeslacht en met het dierenrijk, waarin de belofte wordt gegeven dat God nooit meer het leven op aarde zal vernietigen. De eerste maal dat een mens tegen God in verzet komt door van hem te eisen, dat hij het principe der gerechtigheid niet zal schenden, gebeurt dat terwille van de niet-israëlitische steden Sodom en Gomorra, niet ten behoeve van de Israëlieten. De Bijbel gebiedt liefde voor de vreemdeling (de niet-Israëliet) – niet alleen voor de naaste – en verklaart dit gebod met de woorden “want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Deut. 10:19). Zelfs ten aanzien van de traditionele vijanden, de Edomieten, wordt gezegd: “De Edomiet zult gij niet verafschuwen, want hij is uw broeder.” (Deut. 23:7).

Het universalisme bereikt zijn hoogtepunt in de profetische literatuur. Hoewel er in een aantal profetische redevoeringen nog wordt vastgehouden aan aan het idee, dat Israël als leraar en geestelijk voorbeeld verheven is boven de heidenen, vinden wij ook andere uitspraken, waarin de kinderen Israëls niet langer de rol van Gods speciale gunstelingen spelen.

De idee van de eenheid van het menselijk geslacht vindt haar voortzetting in de farizeese literatuur, in het bijzonder in de Talmoed. Ik noemde reeds het concept van de Noachieten en van de “vromen onder de volkeren”. – Van de vele andere talmoedische uitspraken die uitdrukking geven aan de geest van universalisme en humanisme, volgen hier enkele voorbeelden:

“Er wordt geleerd: Rabbi Meir placht te zeggen: ‘het stof van de eerste mens werd bijeengebracht uit alle delen van de wereld’… Rav Osjaja zei in de naam van Rav: ‘Adams romp kwam uit Babylon, zijn hoofd uit Israël, zijn ledematen uit de andere landen en zijn geslachtsdelen – volgens Rav Acha – uit Akra di Agma’ “ (Talmoed Sanhedrin 38 a,b). Ook al wordt in de uitspraak van Rav Osjaja het land Israël aangewezen als dat deel van de wereld, dat de grondstof geleverd heeft voor het meest edele deel van de mens, zijn hoofd, toch verandert deze kwalificatie niets wezenlijks aan de eerste, meer algemene, uitspraak, dat het lichaam van de mens gemaakt is van het stof uit alle delen van de aarde, d.w.z. dat Adam de gehele mensheid vertegenwoordigt.

Een soortgelijke gedachte komt tot uitdrukking in een passage in de Misjna betreffende de wetsbepaling dat bij de berechting van een halsmisdaad de getuigen à charge onderworpen moeten worden aan een intimidatie-procedure (“men intimideert hen”), opdat zij geen vals getuigenis zouden afleggen tegen de beschuldigde. In deze procedure wordt de getuigen verteld, wat het betekent als ten gevolge van hun getuigenis iemand terechtgesteld zou worden. “Hierom”, wordt hun voorgehouden, “is er slechts één enkele mens geschapen, om u te leren, dat al iemand één enkele ziel uit Israël te gronde richt, de Schrift hem dat aanrekent alsof hij een gehele wereld te gronde gericht had. En als iemand één enkele ziel uit Israël redt, wordt dat beschouwd alsof hij de hele wereld gered had” (Misjna Sanhedrin IV, 5).

Een ander talmoedisch verhaal heeft dezelfde strekking: “Op dat uur [toen de Egyptenaren in de Rode Zee ten onder gingen] wilden de dienstengelen voor de Heilige, gezegend zij Hij, een [lof-]lied zingen; maar Hij wees hen terecht met de woorden: ‘Het werk Mijner handen [de Egyptenaren] verdrinkt in de zee en jullie willen een lied voor mij zingen!?’ ” (Talmoed Sanhedrin 39b).

In de perioden van vervolging, wanneer de joden door de Romeinen of de christenen verdrukt en vernederd werden, was de nationalistische en xenofobische tendens vaak sterker dan de universalitstische. Maar zolang de profetische onderwijzing levend bleef, kon de idee va n de eenheid van het menselijk geslacht nooit vergeten worden. Overal waar de joden de gelegenheid hadden om de enge grenzen van hun gettobestaan te overschrijden, vinden wij uitingen van deze universalistische geest. Zij versmolten hun eigen traditie met die van de toonaangevende humanistische denkers uit de hen omringende wereld, maar dat niet alleen: toen in de negentiende eeuw de politieke en sociale barrières afgebroken werden, behoorden de joodse denkers tot de meest radicale vertegenwoordigers van het internationalisme en de humanistische idee. Na tweeduizend jaar kwamen het universalisme en humanisme van de profeten opnieuw tot bloei in de gestalten van duizenden joodse filosofen, socialisten en internationalisten, van wie velen geen persoonlijke band met het jodendom meer hadden.

p { margin-bottom: 0.25cm; line-height: 120%; }

Het verhaal van de profeet Loet in Koran en Ahadith

Om de precieze betekenis van het verhaal van Loet (alaihi salaam) te kennen, mogen we ons niet tevreden stellen met de paar citaten die we te pas en te onpas naar onze kop geslingerd krijgen. Het is een verhaal met een duidelijke ethische boodschap, die ook vandaag nog meer dan relevant is. Om die boodschap te kunnen begrijpen, moeten we echter de hele context van die paar geïsoleerde citaten reconstrueren. We moeten het hele verhaal leren kennen.

Een gruweldaad die niemand ter wereld ooit eerder heeft begaan

De misdaden van het volk van Loet waren vreselijk. Ze waren erg genoeg om heel het volk in een gruwelijke regen van stenen en zwavel te vernietigen. We lezen in de Koran zelfs dat Loet deze misdaden veroordeelt als “gruweldaden die niemand ter wereld ooit eerder heeft begaan”. Dat moet wel heel gruwelijk zijn.
Wat zijn die misdaden dan wel? Kan het echt zijn dat Loet met deze gruweldaden verwijst naar homoseksualiteit? Is liefde tussen mensen met hetzelfde gender dan echt zo’n uniek fenomeen in de natuur dat niemand ter wereld het ooit eerder heeft gedaan? Is seks tussen twee mannen of twee vrouwen dan echt zo’n verschrikkelijke misdaad dat God die bestraft met het vernietigen van een heel volk?
Men gaat ervan uit dat het verhaal van de profeet Loet zich afspeelt tussen 2000 vC en 1500 vC. Uit archeologische vondsten blijkt echter dat homoseksualiteit al veel langer bestaat dan dat. Zowel in het oude Egypte als in Mesopotamië zijn er duidelijke bewijzen gevonden dat homoseksualiteit er zeker al veel langer bekend was dan 2000 vC. Waarschijnlijk hebben er altijd homoseksuele mensen bestaan.
Mensen zijn trouwens niet de enige levende wezens bij wie homoseksuele relaties voorkomen. Biologen konden homoseksueel gedrag ontdekken bij meer dan 450 verschillende diersoorten. Bij elk van die diersoorten blijken vijf à tien procent van de mannetjes alleen met andere mannetjes te willen paren. Ongeveer evenveel vrouwtjes willen alleen met andere wijfjes seks hebben. Bij de bonobo-apen, de soort die samen met de chimpansees het meest aan de mens verwant is, komt homoseksualiteit zelfs nog veel frequenter voor. Voor bonobo’s is seks een activiteit waarmee conflicten worden bijgelegd en waarmee sociale banden worden versterkt. Meer dan de helft van de seksuele contacten in een bonobo-gemeenschap verlopen tussen twee of meerdere wijfjes.
Homoseksualiteit is dus zeker niet iets dat in de tijd van de profeet Loet voor het eerst voorkwam. Het is iets dat minstens even oud is als de mensheid zelf, misschien wel even oud als seksualiteit op zich. Wie beweert dat het voor het eerst voorkwam bij het volk van Loet, die kent de geschiedenis van de schepping duidelijk niet. Als God ervoor kiest om het volk van Loet te veroordelen en te straffen voor gruweldaden die niemand ter wereld ooit eerder heeft begaan, dan is het onmogelijk dat met die gruweldaden homoseksualiteit wordt bedoeld.
Welke misdaden worden dan wel bestraft? Tegen welke gruweldaden komt de profeet Loet dan wel in opstand? Welke praktijken kunnen zo gruwelijk zijn dat God er een heel volk voor vernietigd? Welke activiteiten zijn zo gruwelijk dat niemand ter wereld ze ooit eerder heeft begaan?
Volgens de Koran beschuldigt Loet zijn volk van verschillende misdaden. Hij zegt dat ze de mannen die hem komen bezoeken willen gevangennemen en verkrachten, dat ze reizigers overvallen op hun reisweg en dat ze zelfs in hun openbare bijeenkomsten gruweldaden begaan. Maar ook dat zijn allemaal misdaden die al veel langer bestonden. Vrijheidsberoving, verkrachting, overvallen met geweld en moord… dit zijn allemaal misdaden die helaas al minstens even oud zijn als de mensheid zelf.
Wat kan het dan zijn dat zo gruwelijk was dat het nooit eerder voorgekomen is in de geschiedenis? Wanneer we het verhaal van Loet en zijn volk grondig bestuderen en onderzoeken wat de profeten erover te zeggen hebben, wordt stilaan duidelijk dat het niet om één specifieke misdaad ging, maar over een heel kluwen van gruweldaden. De profeet Loet beschuldigde hen ervan dat zij uit hebzucht en machtswellust een misdadig systeem hadden doen ontstaan, een systeem dat gevangenschap, foltering, verkrachting, roof en moord gebruikte om de macht en de rijkdom te beschermen van de mannen uit zijn volk.

Het verhaal in de Koran

Laten we beginnen met het verhaal van Loet te onderzoeken zoals het in de Heilige Koran beschreven staat. Voor we dat kunnen doen, moeten we echter eerst een puzzel oplossen. Het verhaal over deze profeet en over zijn misdadige volk, staat namelijk verspreid over het hele boek. Overal vinden we fragmenten die we, als puzzelstukken, weer in mekaar moeten passen. Pas dan wordt stilaan de echte betekenis van het verhaal duidelijk.
We kunnen die puzzelstukken, die verschillende Koran-fragmenten over de profeet Loet en zijn volk in de volgende categorieën indelen:
1. Waarschuwing
Oproep om het verhaal van de profeet loet te herdenken en om er lessen uit te trekken.
Voorbeeld: En je loopt hen zeker ‘s morgens voorbij. en ‘s avonds ook. Wil je het dan niet begrijpen? (37:137-138)
Verzen: 6:68, 15:75-77, 22:43-46, 26:176-175, 29:26, 37:137-138, 38:13, 50:13, 66:10
2. Samenvatting
Een korte samenvatting van het hele verhaal, in een paar korte zinnen, zonder veel details.
Voorbeeld: En Lot was zeker ook een boodschapper. Wij hebben toen hem en heel zijn familie gered, behalve zijn vrouw die achterbleef. En We vernietigden de anderen. (37:133-136)
Verzen: 21:74-75, 37:133-137
3. Ibrahim (alaihi salaam)
Inleiding van het verhaal, de boodschappers bezoeken eerst Ibrahim, de neef van Loet, en kondigen daar hun missie aan.
Voorbeeld: En vertel hen over Abrahams gasten. Toen ze bij hem binnen kwamen, zeiden ze “Vrede.” (…) Hij vroeg hen: “Boodschappers, wat brengt jullie hier?” Ze antwoordden: “Wij zijn naar een schuldig volk gestuurd. Maar maak je geen zorgen over de familie van Lot. We zullen hen allen redden.” Behalve zijn vrouw, wij hebben gezorgd dat zij daar zal achterblijven. (15:51-60)
Verzen: 11:69-76, 15:51-60, 29:31-32, 51:24-37
4. Aankomst
De boodschappers komen aan bij Loet (as) en leggen hun missie uit.
Voorbeeld: Toen de boodschappers bij de familie van Lot kwamen, zei hij: “Voorwaar, jullie zijn een groep vreemdelingen.” Zij zeiden: “Nee, wij zijn hierheen gekomen met dat waarover zij twijfelden. En het is de waarheid die we brengen, heel zeker, wij spreken de waarheid. Ga daarom vannacht met je familie weg en volg hen. En laat niemand van jullie omkijken en ga daar naartoe waar je gestuurd wordt.” (15:61-65)
Verzen: 11:77, 15:61-66, 29:33-35
5. Aanranding
Het volk wil de boodschappers gevangen nemen en verkrachten.
Voorbeeld: Zijn volk kwam haastig naar hem toe. Vroeger hadden ze al vaak kwaad gedaan. Hij zei: “Mensen, hier zijn mijn dochters, zij zijn zuiverder voor u. Vrees God en onteer mij niet tegenover mijn gasten. Is er dan niet één weldenkend man bij jullie?” Zij antwoordden: “Jij weet goed genoeg dat wij jouw dochters niet nodig hebben. En je weet al even goed wat we dan wel willen.” zei: “Ach had ik de kracht maar om me te verweren, of werd ik maar beschermd door een machtige helper.” (11:77-79)
Verzen: 11:78-81, 15:67-71
6. Beschuldiging
Loet beschuldigt het volk van onmenselijke misdaden, waaronder kidnapping en verkrachting van reizigers.
Voorbeeld: En toen Lot tot zijn volk zei: “Jullie verrichten een gruweldaad die niemand ter wereld ooit vóór u heeft begaan. Jullie benaderen die mannen en roven op de weg, en begaan zelfs gruweldaden in jullie bijeenkomsten.” (29:28-29)
Verzen: 7:80-81, 26:160-169, 27:54-55, 29:28-30, 54:36-37
7. Reactie
Het volk reageert door Loet weg te jagen.
Voorbeeld: Maar het antwoord van zijn volk was alleen: “Jaag hen weg uit de stad, want dat zijn mannen die zuiver willen blijven.” (7:82)
Verzen: 7:82, 26:167, 27:56, 29:29
8. Straf en Redding
Allah straft het volk van Loet door de stad te vernielen. Loet en zijn familie (behalve zijn vrouw) worden gered.
Voorbeeld: En Wij stuurden een storm van stenen over hen allen. Alleen de familie van Lot hebben We in de vroege ochtend gered. (…) en We zeiden : “Onderga nu Mijn straf en Mijn waarschuwing.” En ‘s ochtends vroeg kwam er een blijvende straf over hen. “Onderga nu Mijn straf en Mijn waarschuwing.” (54:34-39)
Verzen: 7:83-84, 11:82-83, 15:72-74, 26:170-173, 27:57-8, 54:34-39
Het verhaal uit de Koran kan dus als volgt worden samengevat:
De boodschappers komen bij Abraham om het doel van hun missie aan te kondigen (3) en vertrekken daarna naar zijn neef Loet, aan wie ze ook het doel van hun missie uiteenzetten (4). Het volk van Loet wil die boodschappers echter gevangennemen en verkrachten zoals ze dat al jaren doen met reizigers die door hun stad passeren (5). Loet wil de boodschappers, zijn gasten, beschermen en beschuldigt het volk van machtsmisbruik en verkrachting (6), maar het volk reageert door Loet te bedreigen, hem weg te jagen en te eisen dat hij zijn gasten toch aan hen overlevert (7). In de nacht vluchten Loet en zijn familie weg, waarna Allah het volk in de stad straft voor hun misdaden (8).
De misdaad van het volk van Loet is dus niet hun vermeende homoseksualiteit. Ze worden gestraft omwille van duidelijke seksueel geweld dat ze tegen de boodschappers, de gasten van de profeet Loet, wilden gebruiken.

De context in de ahadith

Om echter te snappen hoe ze uiteindelijk tot dat soort gruweldaden in staat waren, moeten we ook buiten de Koran op zoek gaan naar bronnen die ons meer context kunnen bieden.
Een Hadith die werd overgeleverd door Abu Jafar en in zijn Qisas al Anbiya opgetekend door al-Rawandi schetst een ruimere context van dit verhaal door te wijzen op een hadith waarin de Profeet Mohammed aan Jibril vraagt waarom het volk van Loet precies werd vernietigd. Jibril antwoordt dat dit een volk was dat zichzelf niet wilde zuiveren, zij zuiverden zich niet nadat ze seksueel verkeer hadden gehad. Ze waren ook gierig en weigerden om hun voedsel met anderen te delen. Loet verbleef dertig jaar in hun midden. Hij leefde bij hen, maar werd zelf niet als hen. Loet hield zich aan de geboden van Allah en bleef hen waarschuwen, want hij was als Profeet naar hen gezonden, maar zij hebben in al die tijd nooit naar hem willen luisteren.
Een andere Hadith, die ook door al-Rawandi wordt geciteerd, geeft nog meer uitleg. Hij citeert de Profeet Mohammed die uitleg geeft bij het Koran-vers

وَمَن يُوقَ شُحَّ نَفْسِهِ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ
(En zij die beschermd zijn tegen hebzucht van hun ego,
zij zullen succesvol zijn – 59:9)

“Ik zal jullie vertellen over de gevolgen van hebzucht. Het volk van Loet waren bewoners van een stad die weigerde om voedsel te delen met anderen. Hun hebzucht werd op den duur een ongeneeslijke ziekte die ook hun geslachtsdelen infecteerde. Hun stad was gelegen op de grote karavaanweg tussen Syrië en Egypte, dus karavanen en reizigers hielden er vaak halt en verbleven er dan als hun gasten. Dit gebeurde steeds vaker en de mensen van de stad waren bang dat hun voedselvoorraden erdoor uitgeput zouden worden. Ze werden bezorgd en kwaad. Hun hebzucht en hun gierigheid waren zo dwingend, dat ze wel moesten gehoorzamen, tot op het punt dat ze alle vreemdelingen die halt hielden en om gastvrijheid vroegen, begonnen te verkrachten (fadahahu) zonder dat ze zich seksueel tot hen aangetrokken worden, alleen om hen te vernederen. Ze bleven dit gedrag volhouden tot ze op den duur zelf op zoek gingen naar mannen om die met geweld aan te randen.”
Ook Ali ibn Hamza al-Kisa’i geeft in zijn Bad’ al-Khalq wa Qisas al-Anbiya een uitgebreidere versie van het verhaal, waarbij nog meer context wordt geboden:
“Er waren vijf steden die bekend stonden als de “Steden van de Vlakte” en de belangrijkste werd “Sodom” genoemd. Elk van die steden was omringd door hoge muren van ijzer en lood en ze werden allemaal bewoond door duizenden inwoners. De heerser over die regio droeg de naam “Sodom ibn Khariq” en was afkomstig uit de familie van Nimrod. De mensen uit de regio waren beter in het bedriegen dan wie dan ook. Ze waren ook zeer bekwaam in het kleiduivenschieten. Ze waren berucht voor hun zonden, zoals klappen in hun handen (om boze geesten te verdrijven), spelen en gokken met duiven, hanengevechten, gokken met tandenstokers en hondengevechten. Ze aanbaden ook stenen beelden. Hun heerser had overdonderende tempels gebouwd voor die afgodsbeelden, die met heel veel zorg versierd waren. De afgodsbeelden kregen zelfs speciale gedecoreerde tronen.
De mensen van die steden maakten grote siertuinen, maar ze maakten ze binnen de omheining van hun huizen om ze aan het zicht van het publiek te onttrekken. In die private tuinen genoten ze van de rust en de schoonheid. Ze amuseerden zich r en maakten plezier.
Toen kwam er een hongersnood over het land. Iblis maakte misbruik van die situatie en kwam in hun midden. Hij zei: “Deze hongersnood is ontstaan omdat jullie wel jullie tuinen geprivatiseerd hebben, maar niet jullie boomgaarden buiten jullie huizen!” Ze hadden namelijk niet alleen hun siertuinen die binnen de omheining van hun huizen aan het zicht van het publiek onttrokken waren, maar ook grote moestuinen en boomgaarden buiten hun huizen, die voor iedereen toegankelijk waren. Reizigers die daar passeerden, konden in die tuinen en boomgaarden halt houden, er rusten en er voedsel vinden.
Dus vroegen de mensen aan de Verleider: “Hoe kunnen we ons beschermen tegen die vreemdelingen en die reizigers? Hoe kunnen we voorkomen dat ze nog langer in onze openbare tuinen en boomgaarden komen?” Iblis antwoordde: “Maak er een gewoonte van om de vreemdelingen die jullie tuinen binnendringen gevangen te nemen, hen te verkrachten en hun bezittingen te stelen. Als jullie dat doen, dan zal niemand nog durven halt houden bij jullie tuinen. Geen vreemdeling zal er nog binnen durven gaan en er proberen uit te rusten.”
Toen ze dit hoorden, gingen de mensen buiten de muren van de stad op zoek naar mensen die ze konden aanranden (yafjuruna bihi). Op dat moment verscheen Iblis voor hen in de gedaante van een jonge, aantrekkelijke en goed geklede man. De mensen overmeesterden hem, stalen al zijn bezittingen en verkrachtten hem. Na afloop waren ze er allemaal van overtuigd dat dit een goed plan was. Het werd een gewoonte voor hen om iedere vreemdeling die door hun regio trok op die manier te behandelen. Ze gingen er steeds verder in.”
In Hayat Al-Qulub van de zestiende-eeuwse Perzische geleerde Allamah Muhammad Baqir Majlisi lezen we deze versie van het verhaal:
“Ibrahim nodigde de mensen die daar passeerden uit tot Overgave. Ibrahim was toen reeds een bekende persoon en de mensen wisten dat Nimrod geprobeerd had om hem te verbranden, maar dat dit niet was gelukt. Wanneer de mensen hem dus bezochten, onderhield hij hen in zijn woonplaats. Hij woonde zeven mijlen ver van de dichtbevolkte steden. Die steden hadden heel vruchtbare tuinen en boomgaarden. Mensen die door die steden passeerden, waren gewend om wat van die vruchten te plukken om op te eten. De bewoners vonden dat vervelend en zochten een manier om dat tegen te gaan.
Op een dag kwam Satan bij hen in de vorm van een oude man en zei hij dat hij hen een manier kon leren om te maken dat geen enkele reiziger hun stad nog zou durven benaderen. “Wat is die manier?” vroegen de mensen. Satan antwoordde: “Telkens wanneer iemand door jullie stad passeert, moeten jullie hem anaal verkrachten en zijn bezittingen in beslag nemen.”
Daarna verscheen een knappe jonge man in de stad. De mensen namen hem gevangen en verkrachtten hem.”
Er zijn nog tientallen andere bronnen die, elk op hun manier, ditzelfde verhaal vertellen. De mensen uit het volk van Loet waren gierig en zochten manieren om hun voedsel niet te moeten delen met de vreemdelingen en de reizigers die door hun regio trokken. Satan, die ons allemaal bang en bezorgd maakt voor onze bezittingen en die de hebzucht van onze ego’s steeds blijft aanwakkeren, fluistert hen het boosaardige plan in om al die vreemdelingen en reizigers te verkrachten en te beroven. Op die manier, zo zegt hij, zal niemand hier nog durven passeren. De mensen vertrouwen op Satan en voeren zijn plan uit, waarna ze meer en meer zin krijgen om mannen te verkrachten.
Laat er geen verwarring rond bestaan. Dit soort behandeling van reizigers was niet minder dan een doodvonnis. De mannen die door de stad passeerden werden niet alleen gevangengenomen, verkracht en beroofd, maar ze werden ook nog eens in de woestijn achtergelaten. Dat overleeft niemand. De woestijn is een levensgevaarlijke plaats. Wie daar aan zijn lot wordt overgelaten, komt al gauw om door honger of dorst, door het gif van slangen en schorpioenen of door de schroeiende hitte overdag of de ijzige kou tijdens de nacht.

De interpretatie van de profeten

Het verhaal van het volk van Loet wordt ook in de Bijbel door verschillende profeten besproken. Als we echt helemaal willen snappen wat die gruwelijke zonde van dat volk was, dan is het belangrijk om ook de interpretatie van die profeten te leren kennen.
In Beresjit (Genesis), het eerste boek van de Thora, vinden we vermoedelijk de oudste versie van het verhaal. In het dertiende hoofdstuk (13:13) van dit boek lezen we dat Loet (in de Bijbel “Lot” genoemd) zich in de stad Sodom ging vestigen. Er staat ook dat de mannen van Sodom kwaadaardige zondaars waren, maar er wordt nog niet uitgelegd wat hun zonden precies zijn.
In het achttiende hoofdstuk (18:20-21) van Beresjit vertelt God aan de profeet Abraham dat een roep om vergelding opgestegen is uit de stad Sodom en dat de zonden in die stad uitermate zwaar is. Hij zegt dat hij besloten heeft om neer te dalen en zelf in te grijpen om het onrecht te stoppen. Het is belangrijk om hier op te merken dat God in het boek Sjemot (Exodus), het tweede boek van de Thora, exact dezelfde woorden gebruikt wanneer hij tegen Mozes (alaihi salaam) spreekt over het systeem van slavernij in Egypte. Ook hier (Sjemot 3:7-8) zegt God dat Hij een roep om vergelding heeft gehoord en dat hij zal neerdalen om orde op zaken te stellen.
Nadat Abraham heeft gehoord dat God van plan is om de stad Sodom te vernietigen, begint hij te discussiëren over dat plan. Hij vraagt of God de stad ook zou vernietigen als er nog vijftig rechtvaardigen wonen. God zegt hem dat hij die stad zou sparen omwille van die vijftig. Ook omwille van veertig, dertig of twintig rechtvaardigen zou hij de hele stad sparen. Zelfs als er slechts tien rechtvaardige mensen in de stad aanwezig zouden zijn, dan zou die stad gespaard worden. Helaas zijn er in heel die stad nog geen tien rechtvaardigen te vinden.
In het negentiende hoofdstuk van het boek Beresjit, lezen we het verhaal van Loet en de boodschappers dat ook in de Koran beschreven staat. De boodschappers komen bij Loet aan en deze ontvangt hen gastvrij. De mensen van de stad zijn daar echter niet tevreden mee. Zij eisen dat Loet de boodschappers aan hen uitlevert, zodat zij seks met die mannen kunnen hebben. Loet weigert echter en de boodschappers delen hem mee dat de stad vernietigd zal worden.
Dit verhaal uit de Thora was natuurlijk bekend bij alle profeten uit de Bijbel. Sodom en Ghomora, de steden waar het volk van Loet woonde, zijn doorheen heel de Bijbel een symbool voor steden die door God werden vernietigd omdat de bevolking er zwaar zondigde.
De profeet Jesajahu (Jesaja) vergelijkt bijvoorbeeld de heersers in Jeruzalem met de mensen van Sodom (Jesajahu 1:9-15, 3:9). Hij verwijt hen dat ze met veel uiterlijk vertoon doen alsof ze heilig zijn, maar ondertussen onrechtvaardig heersen over de mensen. De religieuze rituelen en ceremonieën die deze heersers organiseren, dienen alleen maar om hun onrecht te verbergen. In de plaats van hypocriete religieuze schijn, zouden ze beter echte rechtvaardigheid nastreven en de onderdrukten bevrijden (Jesajahu 1:16-17). Maar ook het imperialistische Babylon wordt door Jesajahu vergeleken met Sodom (13:9). Ook deze koloniale onderdrukker zal volgens hem omwille van zijn gruweldaden vernietigd worden zoals de steden waar het volk van Loet woonde.
Ook de profeet Jirmjahu (Jeremia) vergelijkt de heersers in Jeruzalem met de mannen uit Sodom (Jirmjahu 23:14, 49:18). Zij hebben zwaar gezondigd en hun macht misbruikt. Ze hebben gelogen en bedrogen en macht gegeven aan misdadigers. Ook hun heerschappij zal vernietigd worden zoals Sodom en Ghomora. Niemand zal er ooit nog kunnen wonen. Ook in zijn Eichach (klaagliederen) spreekt Jirmjahu over de vernietiging van het volk van Loet. De straf die Jeruzalem zal ondergaan omwille van de talloze zonden die er werden begaan, zal volgens hem nog erger zijn dan die van Sodom (Eichach 4:6).
De profeet Yechezekel (Ezechiël) somde de misdaden van het volk van Loet op (Yechezekel 16:49). Ze waren schuldig aan hoogmoed, hebzucht en ijdelheid. Hoe rijk ze zelf ook waren, ze bekommerden zich niet om de armen en de behoeftigen. Ze waren vol van zichzelf en wat ze deden was een gruwel in de ogen van God.
Het is duidelijk dat deze profeten niet dachten dat het volk van Loet gestraft was omwille van homoseksualiteit. Zij wisten heel goed wat de misdaden van dit volk precies waren. Het volk van Loet had een systeem in het leven geroepen dat gebaseerd was op machtsmisbruik, georganiseerde foltering en verkrachting, diefstal en moord. Juist daarom gebruikten zij dit verhaal om het onrecht van de heersers uit hun eigen tijd aan te klagen.

Conclusie

Wanneer we het hele verhaal van de profeet Loet in zijn context bestuderen, dan blijft er niet zo veel over van de klassieke interpretatie. Het verhaal is geen ondubbelzinnige veroordeling van homoseksualiteit. Het vertelt over over seksueel misbruik binnen machtsrelaties, over misbruik van vertrouwen en van macht. Het is een illustratie van hoe hebzucht en gierigheid eerst kan leiden tot uitsluiting en daarna tot het ontmenselijken van buitenstaanders, tot kidnapping, foltering, diefstal en moord op grote schaal. Het toont hoe zelfzuchtigheid een volk tot georganiseerde misdaad kan brengen.
Dit is namelijk de zonde van het volk van Loet. Ze vonden hun eigendom, hun macht en hun eigen gemak belangrijker dan het leven van hun naaste. Ze vonden zelfs manieren uit om hun naaste systematisch te onderdrukken, te folteren, te verkrachten, te beroven en te vermoorden. Het was een gruwelijk systeem van georganiseerde misdaad die enkel en alleen tot doel had om de rijkdom en de macht van de mannen uit Sodom te beschermen en deze gruwel was inderdaad zo erg dat niemand ter wereld ze ooit eerder op zo’n grote schaal had georganiseerd.
Beweren dat homoseksualiteit de eigenlijke misdaad was van dat volk, is even absurd als beweren dat het zetten van tatoeages de eigenlijke misdaad was die de nazi’s in hun concentratiekampen begingen. Het volk van Loet was een misdadig volk dat voor het eerst in de geschiedenis op grote schaal het folteren en vernietigen van mensen had georganiseerd. Dat de seksuele foltering die een onderdeel vormde van dat systeem toevallig homoseksueel was, is slechts een bijzaak. Bij seksueel misbruik moet men zich niet richten op het seksuele, maar op het misbruik. Wie niet in staat is om dat te zien, heeft waarschijnlijk een heel verkrampte kijk op seksualiteit.

Geloof nooit dat jij niets waard bent!

Geloof nooit dat jij niets waard bent!

Soms hoor je mensen de pijnlijkste dingen zeggen. Sommige mensen kunnen heel hard zijn voor zichzelf. Sommige mensen vinden zichzelf niets waard.

“Ik ben het niet waard om gelukkig te worden.”
“Ik ben een onmens.”
“Ik ben een mislukkeling.”
“Misschien ben ik gewoon een productiefout van God.”

Het doet pijn om zoiets te horen. Hoe kan het dat mensen zichzelf echt waardeloos vinden? Waar komt dat gevoel vandaan?

Klei en Geest

De Koran vertelt hoe God de wereld schiep, met alle planten en dieren, alle bergen en oceanen. Toen heel die wereld geschapen was, besloot God om in die wereld ook een vertegenwoordiger (khalief) aan te stellen.

En toen uw Meester tot de engelen zei:
“Ik wil een khalief op aarde plaatsen”

(Koran 2:30)

God besloot om de mensen te doen ontstaan. God besloot om ons te scheppen. Jij en ik en alle andere mensen die ooit op deze wereld rondliepen. Wij zijn er gekomen om het toppunt te worden van heel de schepping, barmhartige en erbarmende vertegenwoordigers van de God die Zichzelf “de Barmhartige, de Erbarmer” noemt. Jij, ik, wij allemaal hebben als doel om Gods liefdevolle creatieve werk hier op Aarde te doen. Elk op onze manier. Elk binnen onze eigen mogelijkheden.

En Hij begon de schepping van de mensheid uit klei.
Dan vormde Hij hem
en ademde hem Zijn Ruh in.

(Koran 32:7-9)

God heeft ons geschapen uit klei, uit modder. Daarna vormde Hij die modder tot een mens. Hij gaf vorm aan een lichaam dat minstens even goed functioneert als dat van de andere dieren. Maar hier stopte het scheppen van de mens niet. God nam het uit klei gevormde mensenlichaam en blies het Zijn Ruh, Zijn Geest, Zijn Levenbrengende Adem in.

Nadat God ons geschapen had, gaf hij de engelen de opdracht om voor ons te buigen. Eerst aarzelden de engelen.

toen zeiden zij:

“Wilt U er iemand plaatsen
die er onheil zal stichten en bloed zal vergieten,
terwijl wij U verheerlijken met de lof die U toekomt
en Uw Heiligheid prijzen?”

(Koran 2:30)

Zij wisten hoe gemakkelijk mensen fouten kunnen maken. Ze wisten dat wij in staat waren om de wereld tot een hel te maken. Ze wisten dat we in staat waren om anderen bewust kwaad te doen, om bloedbaden, oorlogen en milieurampen te organiseren. Ze hadden geen vertrouwen in een wezen dat gevormd was uit klei, uit materie. De engelen aarzelden om voor ons, voor de mens te buigen.

En Hij leerde Adam al de namen.

Dan plaatste Hij de dingen met die namen
voor de engelen en zei:

“Noem Mij dan hun namen,
als jullie zo zeker zijn van jezelf.”

Zij zeiden:
“Heilig bent U.
Wij bezitten geen kennis,
buiten hetgeen U ons hebt geleerd”

(Koran 2:31-32)

Toen gaf God de mensen toegang tot alle kennis over deze wereld en leerde ons op die manier hoe we die wereld kunnen transformeren. Toen de engelen hoorden dat wij toegang kregen tot alle kennis over deze wereld, begrepen ze dat wij waardevolle wonderwezens zijn. Toen bogen de engelen voor ons.

Wij mensen zijn allemaal een wonderlijke, bovennatuurlijke samenwerking van klei en van geest. We zijn ontstaan uit klei, uit gewone materiële onderdelen, maar hebben de Levenbrengende Geest van God ingeademd. Juist daardoor zijn wij als enigen in staat om deze unieke rol op ons te nemen liefdevolle vertegenwoordigers van de Liefdevolle God te zijn.

Wij zonden je om geen andere reden
dan als barmhartigheid voor alle werelden.

(Koran 21:107)

Dit is belangrijk. Dit is onze identiteit. Dit is wie wij zijn. Jij, ik, alle mensen die ooit hebben bestaan, zijn Gods khaliefen, Gods vertegenwoordigers in deze wereld. Wij zijn door God geschapen om Zijn liefdevolle creatieve werk te doen op deze wereld. Wij zijn uit klei geschapen, uit gewone materie. We hebben gewone materiële lichamen meegekregen, zodat we een deel van de materiële wereld kunnen zijn. Maar we hebben ook Gods Levenbrengende Geest ingeademd. Wij zijn in staat om zelf leven te geven, om zelf creatief en liefdevol de bestaande natuur te overstijgen en te transformeren.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

Gelijk hoe waardeloos iemand zichzelf vindt, de waarheid is dat ook die persoon een vertegenwoordiger is van Gods Barmhartigheid en Erbarmen in deze wereld. De waarheid is dat er geen onmensen bestaan, geen mislukkelingen. Dat is de waarheid die God de engelen heeft doen inzien. De waarheid is dat iedere mens van onschatbare waarde is. De waarheid is dat God geen productiefoutjes heeft gemaakt. De waarheid is dat wij allemaal khaliefen zijn en dat zelfs de engelen voor ons moeten buigen.

Onze Fitra

Onze fitra, onze natuur, is dat wij solidaire, barmhartige, liefdevolle en creatieve wezens zijn. Wij zijn geschapen om samen te werken, om mekaar te ondersteunen en lief te hebben en om de wereld rondom ons te transformeren. Wij zijn geschapen om de God van de Eenheid en de Harmonie te vertegenwoordigen in de schepping en zijn daarom van nature geneigd om te werken aan eenheid en harmonie in en rondom ons. Eenheid en harmonie in onszelf, in onze eigen ziel en ons eigen lichaam. Eenheid en harmonie tussen de mensen rondom ons. Eenheid en harmonie in onze samenleving. Eenheid en harmonie tussen alle mensen. Eenheid en harmonie in de relatie tussen de mensen en het leefmilieu… Wij zijn het enige geschapen wezen dat echt in staat is om Gods Eenheid en Harmonie over de wereld te verspreiden.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

Of je nu gelooft in een God of niet, uit alle recente wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wij mensen geboren samenwerkers zijn, dat ons lichaam en onze hersenen ons tot de meest intelligente, solidaire, barmhartige en creatieve dieren van heel deze planeet maken. Er zijn tientallen systemen in onze hersenen die solidair gedrag belonen of die ons afkerig maken van egoïsme. Hoe meer onderzoek men naar onze hersenen doet, hoe duidelijker het wordt dat wij van nature de meest solidaire en altruïstische van alle diersoorten zijn.

In ons lichaam hebben we bijvoorbeeld bepaalde zenuwbanen die niet alleen actief zijn wanneer we zelf een handeling verrichten, maar ook wanneer we anderen diezelfde handeling zien doen. Die zenuwbanen worden “spiegelneuronen” genoemd. Ze maken dat we buitengewoon geschikt zijn om ons empathisch te gedragen tegenover onze omgeving. Wetenschappers hebben zelfs vastgesteld dat wij, iedere keer we iets willen doen bij iemand anders, ons eerst inbeelden hoe dat bij onszelf zou aanvoelen. Blijkbaar maken onze hersenen en onze zenuwen ons tot empathische wezens die ertoe geneigd zijn om anderen te behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden.

Onze hersenen maken ons ook heel gevoelig voor onrecht. Alle mensen hebben van nature een goed werkend geweten dat hen in staat stelt om het goede te doen en het kwade te laten. Onze afkeer van onrecht is waarschijnlijk aangeboren. Zelfs baby’s keuren “stoute” poppen (die een andere pop kwaad hebben gedaan) af, terwijl ze “brave” poppen (die een andere pop geholpen hebben) vreugdevol goedkeuren.

Maar het belangrijkste kenmerk van onze menselijke hersenen, is de omvang. Geen enkel ander dier heeft, in verhouding tot zijn lichaamsgrootte, zoveel hersenen als wij. Vooral onze neocortex is veel groter dan bij om het even welke andere soort. En van die neocortex is het voorste deel, de prefrontale cortex, hetgeen dat ons echt helemaal uniek maakt. Die enorm grote prefrontale hersenkwab geeft ons de mogelijkheid om heel complexe ideeën te hebben. Wij zijn in staat om abstract te denken, om verschillende mogelijke hypothesen in gedachten uit te proberen.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

We hebben niet alleen een heel sterk stel hersenen, we hebben ook de ideale software. Wij zijn de enige diersoort die is uitgerust met een hypercomplexe taal, waarin we heel de wereld kunnen benoemen en bespreken. Volwassen mensen kennen gemiddeld tussen de 20.000 en 35.000 woorden. Jonge kinderen leren letterlijk duizenden woorden op een jaar. Doordat we die woorden onbeperkt kunnen combineren, kunnen we alles bespreken wat we willen. We kunnen met taal de hele wereld leren begrijpen en die, door ze te begrijpen, ook veranderen.

Een bijproduct van onze unieke geestelijke vermogens, is het ontstaan van kunst. Wij mensen kunnen de wereld niet alleen op een realistische manier uitbeelden, maar ook op een symbolische manier. Deze aanleg om symbolisch over de wereld te spreken is ook universeel. Zowel kleuters doen het als bejaarden. Zowel in China als in Europa, in India en in Congo. Zowel in hypermoderne steden als bij gemeenschappen jagers verzamelaars. Wij gebruiken symbolen en maken, elk op onze manier en in dialoog met onze tradities en culturen, kunst.

Een ander bijproduct is dat we niet anders kunnen dan ons bewust worden van God. Ook Taqwa lijkt te zijn aangeboren. Mensen zijn uitgerust met een aantal geestelijke vermogens die ons, als ze samenwerken, de God van de Eenheid en de Harmonie laten ervaren. Een van die vermogens is onze menselijke “theory of mind”. Wij hebben een bewustzijn (een “mind” in het engels) en daardoor vermoeden wij dat andere wezens ook zo’n bewustzijn hebben. Die theory of mind wordt versterkt door onze H.A.D.D. (hyperactive agency detection device), een systeem in onze geest die ons doet vermoeden dat achter alles intelligente oorzaken zitten. Tijdens spirituele en mystieke ervaringen, kunnen we de eenheid van de hele wereld ervaren. Ook deze eenheidservaringen kunnen ontstaan als bijproduct van hoe onze hersenen en onze geest functioneren.

Wij zijn op de best mogelijke manier in staat om goed te zijn voor mekaar. We kunnen via taal onze omgeving begrijpen op een manier die geen andere diersoort ons kan nadoen. Wij zijn zelfs op neurologisch vlak gefinetuned om deel te nemen aan Gods Eenheid en Harmonie, om God op spirituele en mystieke manier te ontmoeten. Zo zijn we perfect uitgerust om op een creatieve manier meer eenheid en harmonie te brengen in de wereld.

En ieder heeft een doel om zich naartoe te richten.
Wedijver dus met mekaar bij het doen van het goede.

Waar je je ook moge bevinden,
God zal jullie allemaal weer samenbrengen.

Zie, God is tot alles in staat.

(Koran 2:148)

Dat is onze fitra. Dat is onze natuur. Niemand kan dat ooit van ons afnemen. Wij zijn liefdevolle, barmhartige en solidaire wezens. Wij worden bewogen door ons verlangen naar rechtvaardigheid en onze afkeer van onrecht. Wij zijn ontzagwekkend intelligent en kunnen dankzij onze intelligentie de hele wereld transformeren. Daarenboven zijn we geboren kunstenaars en geboren mystici. Wij zijn waarlijk de beste wezens die ooit geschapen zijn.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

De Listen van de Duivel

Maar als wij zo’n solidaire, barmhartige, rechtvaardige wezens zijn, hoe komt het dan dat deze wereld vol pijn en ellende is? Waarom lijkt het zo vaak dat de ene mens voor de andere een wolf is? Is deze wereld vol uitsluiting, uitbuiting, onderdrukking, oorlogen, bloedbaden en milieurampen, niet het beste bewijs dat de engelen gelijk hadden met hun bezorgdheid? Is de mens niet gewoon een vergissing, een te ver door geëvolueerde aap die nu klaar is om de hele planeet te vernietigen?

Eerst en vooral is het heel goed dat we bezorgd zijn. De wereld is vandaag in gevaar. Niet alleen dreigen er ernstige klimaatverstoringen en zijn er hele ecosystemen bedreigd door vervuiling, verwaarlozing of plundering. Niet alleen worden miljoenen mensen bedreigd door oorlog, honger, vervolging, genocide of tal van andere door mensen veroorzaakte rampen. Ook op veel kleinere schaal rondom ons, zien we hoe het steeds vaker fout gaat. Mensen lijken niet meer met mekaar om te kunnen gaan. Mensen zijn bang van mekaar geworden. Ze isoleren zich, trekken zich terug in hun eigen cocon. Meer en meer delen van de samenleving raken versplinterd, geatomiseerd.

Hoe kan het dat wij, wezens die geschapen zijn als vertegenwoordigers van de God van de Eenheid en de Harmonie, juist meer verdeeldheid en onevenwicht in deze wereld brengen? Welke kracht is het die ons ertoe verleidt om het omgekeerde te doen van hetgeen waarvoor we geschapen zijn, het omgekeerde van wat in onze natuur zit ingebakken?

toen zeiden Wij tot de engelen: “Buig voor Adam”
en zij bogen zich allen, behalve Iblis.
Hij behoorde niet tot de buigenden.

“Waarom heb je niet gebogen toen ik het je zei?”

Hij zei: “Omdat ik beter ben dan hem.
U hebt mij geschapen uit vuur,
maar hem heb je uit modder geschapen.”

(Koran 7:11)

Toen God aan de engelen het bevel gaf om voor Adam te buigen, deden ze dat allemaal. Alleen Iblis, de Duivel, weigerde. Hij bleef vasthangen aan de twijfels van de engelen. Zijn eigen ego, zijn trots had hem in zijn macht, zodat hij het positieve potentieel van de mens niet kon zien. Hij was zelf immers geschapen van lichtgevend vuur, terwijl de mensen maar van miezerige klei waren gevormd. Wat zou hij voor die geëvolueerde apen buigen?

Om zijn weigering kracht bij te zetten, zweerde hij dat hij de mensen steeds opnieuw zou proberen weg te leiden van hun eigenlijke natuur. Hij zou ze verleiden om hun eigen ego tot god te nemen in plaats van de Ene God van de Eenheid en de harmonie. Hij zou ze bang maken voor mekaar en voor de wereld en ze wijsmaken dat Baäl en Mammon, de goden van de macht en de rijkdom, hen zouden beschermen.

“Ik zal hen steeds in de weg zitten
op Uw rechte pad.

Ik zal hen langs voor en langs achter
en van hun rechterkant en linkerkant benaderen.”

(7:16-17)

De Duivel zweerde plechtig dat hij tot het einde der tijden de eeuwige fluisteraar zou zijn, die in de harten en de geesten van de mensen fluistert om hen op het verkeerde pad te brengen.

De eerste poging van Iblis om ons ten val te brengen, is in de tuin van het Paradijs. Midden in die tuin heeft God een boom geplant. De “Boom van onderscheid tussen Goed en Kwaad”. De mens mag van alles in het Paradijs de vruchten plukken, behalve van die boom. Als mensen namelijk zelf een onderscheid beginnen te maken tussen de “goeden” en de “slechten”, dan zal dat er toe leiden dat ze zichzelf (de “goeden”) tot goden willen verheffen door de anderen (de “slechten”) te onderdrukken. Iblis weet dat en verleidt de mensen daarom om toch ook de vruchten van die boom te eten.

Maar de Duivel fluisterde tegen hen
en wilde hen tonen wat ze verborgen
van hun schaamte.

Hij zei: “Jullie Heer verbood jullie alleen maar
om van die boom te eten,
omdat jullie anders engelen zouden worden
of onsterfelijk.”

En hij beweerde plechtig:
“Waarlijk, ik ben een ernstige raadgever”

Dus deed hij hem met zijn listen vallen.
En toen ze geproefd hadden van de boom,
werd hun schaamte voor hen zichtbaar.

(Koran 7:20-22)

De Duivel fluistert de mensen in om toch de vruchten te plukken van het indelen van de wereld in “goeden” en “slechten” en als gevolg daarvan is deze wereld verdeeld geraakt. De mensen begonnen mekaar nu te beoordelen en in te delen in “goeden” en “slechten”. En van zodra mensen mekaar begonnen te beoordelen, begonnen ze zich ook te schamen voor mekaar. Ze werden argwanend voor de blik van de anderen. Wat hadden die anderen gezien? Wat zouden ze wel denken?

Dit soort onderscheid tussen mensen, waarbij de enen meer waard zouden zijn dan de anderen, is dodelijk. Iedere keer wanneer we denken dat de ene persoon meer waard is dan een andere, begeven we ons op het pad dat leidt naar moord en doodslag.

Op een dag waren de kinderen van de eerste mensen ruzie aan het maken. Een van de twee was verontwaardigd omdat het offer van zijn broer wel was aanvaard en het zijne niet.

Vertel hen de waarheid over het verhaal
van de twee zonen van de Mens.

Allebei brachten ze een offer
en van de ene werd het aanvaard,
maar van de andere niet.

Die zei: “Ik zal je doden.”

Maar de ander zei:
“God aanvaardt alleen offers
van wie Hem respecteert.

Als jij je hand opheft om mij te doden,
Dan zal ik mijn hand niet opheffen
om jou te doden.

Ik respecteer God,
de Heer van alle werelden.

(Koran 5:27-28)

De Duivel had hem ingefluisterd dat dit alleen maar kon betekenen dat zijn broer in Gods ogen meer waard was dan hij. De verontwaardiging sloeg om in woede en hij werd verblind door razernij. Hij liep op zijn broer af en sloeg hem dood.

Dit verhaal over de eerste broedermoord, vertelt op een symbolische manier ook het ontstaan van de maatschappij waar we nu in leven. Een aantal mensen begonnen een kleine tienduizend jaar geleden aan landbouw te doen in de plaats van rond te trekken als jagers–verzamelaars. Een paar landbouwnederzettingen groeiden op den duur uit tot steden en in die steden ontstonden klassen. Vanaf dat moment werd de identiteit van de mensen niet meer alleen bepaald door hun fitra, hun natuurlijke aanleg tot solidariteit, barmhartigheid, gerechtigheid, waarheid… maar ook door de verhoudingen tussen de klassen in de maatschappij waarin ze leefden.

De Duivel maakt je bang voor armoede
en gebiedt u dat wat slecht is,
terwijl God uit Zichzelf
jullie vergiffenis en overvloed belooft.

(Koran 2:268)

Vanaf dan waren er koningen, farao’s en keizers die heersten over de bevolking. Zij vonden dat zij van nature veel meer waard waren dan de andere mensen. Ze geloofden dat hun macht en hun rijkdom hen onsterfelijk zouden maken.

Weg met de roddelaar en de lasteraar
die rijkdom blijft verzamelen en blijft tellen.
Hij denkt dat zijn rijkdom
hem onsterfelijk zal maken.

(Koran 104:1:3)

Ze hadden zichzelf tot goden gemaakt in de plaats van de Ene God van de Eenheid.

En vanaf dan waren er ook slaven, uitgebuite boeren, en loonarbeiders in de steden. De maatschappij werd meer en meer opgedeeld in een klasse van waardevolle winners en een klasse van waardeloze verliezers. Om de verhouding tussen die klassen in stand te houden, steunden de heersers op het psychologische geweld van een goed betaalde klasse van priesters. Die moesten allerlei theologische verhalen bedenken om de bevolking wijs te maken dat zij inderdaad veel minder waard waren dan de koningen, farao’s en keizers die over ze heersten. Als dat psychologisch geweld niet meer werkte, dan konden de heersers altijd nog rekenen op het fysieke geweld van de militairen.

En hij (Farao) zei:
“Als je een ander dan mij tot god neemt,
dan zal ik je zeker in de gevangenis opsluiten.”

(Koran 26:29)

Maar er ontstonden niet alleen verschillen tussen de klassen. Ook tussen genders ontstond er een rangorde. Mannen werden steeds waardevoller geacht, vrouwen steeds waardelozer. Mannen mochten macht uitoefenen over vrouwen, vrouwen moesten zwijgen, gehoorzamen en kinderen baren en iedereen die niet in één van die twee genderrollen paste, die was al helemaal waardeloos.

De heersers maakten hun onderdanen ook wijs dat iedereen die tot een ander volk behoorde ook minderwaardig was. Mensen met een andere huidskleur, een ander uiterlijk, een andere taal of een andere cultuur werden als onbetrouwbare, domme, afgestompte barbaren voorgesteld. Al het positieve dat kon ontstaan wanneer verschillende volkeren en culturen mekaar ontmoeten, werd op die manier van tevoren onmogelijk gemaakt.

O, Mensen,
We hebben jullie waarlijk geschapen
mannelijk en vrouwelijk,
en jullie in groepen ingedeeld
zodat jullie mekaar zouden leren kennen.

Waarlijk de meest edele onder jullie
in de ogen van God
is de meest rechtvaardige onder jullie.

Waarlijk, God is Alwetend en Bewust.

(Koran 49:13)

Stilaan was de hele maatschappij ingedeeld volgens de duivelse leugen. Aan de top zaten de heersers, die duidelijk veel waardevoller waren dan alle anderen. Zij werden omringd door de rest van de heersende klasse. Die waren minder waard dan de heersers, maar ze waren duidelijk veel waardevoller dan de mensen die voor hen moesten werken. Bij die werkende mensen hebben de mannen sowieso meer waarde dan de vrouwen en de queers, en zijn de mensen met de juiste huidskleur meer waard dan de anderen. Aan de onderkant van die maatschappij leven de waardeloos gemaakten, de armen, de weduwen en wezen, de invaliden, de mensen die het harde leven niet meer aankunnen en ingestort zijn… Zij zijn zo waardeloos dat ze in de goot moeten bedelen.

Mensen leven nu al duizenden jaren in deze duivelse maatschappij die geregeerd wordt door de duivelse leugen. We hebben allemaal al generaties aan een stuk geleerd dat er goeden zijn in deze wereld en slechten, dat de ene mens minder waard is dan de andere. Als mensen generaties lang, van ouder op kind, een leugen doorgeven, dan wordt die leugen een deel van het leven. Op den duur ziet niemand nog waar de leugen eindigt en waar het leven begint. Mensen kunnen zich zelfs niet meer voorstellen dat er iets anders zou kunnen bestaan dan die leugen.

En wanneer tot hen gezegd wordt:
“Volg dat wat God heeft geopenbaard,
dan zeggen zij: “Wij volgen hetgeen dat we onze voorouders hebben zien doen.”

Doen ze dat?
Zelfs al waren hun voorouders er geen verstand van
en hadden ze geen gids?

(Koran 2:170)

Zelfs al hebben we vroeger misschien heel goed geweten dat dat niet onze echte identiteit is, dat wij allemaal geschapen zijn als vertegenwoordigers van god in deze wereld, dan nog worden we platgeslagen met miljoenen voorbeelden van hoe de ene mens meer of beter zou zijn dan de andere.

Het is ondertussen in deze maatschappij normaal geworden om de ene mens meer waard te vinden dan de andere. We bepalen de waarde van een mens door te zien hoeveel zij bezit, wat zij allemaal doet en wat andere mensen allemaal over haar zeggen. Op den duur geloven we zelf meer en meer dat dit onze identiteit is. We geloven dat we zijn wat we bezitten. We geloven dat we zijn wat we doen of niet doen. We geloven dat we zijn wat andere mensen over ons zeggen. Ook al blijft er altijd in ons een stukje bestaan van het inzicht dat wij zo veel meer zijn dan dat, de meesten van ons hechten meer en meer geloof aan de leugens.

Op den duur zijn we de leugen van Iblis zo gewend geraakt, dat we ons niets anders meer kunnen voorstellen dan dat hij gelijk heeft. De leugen dat de ene mens meer waard is dan de andere is zo diep in onze levens ingesleten, dat we geloven dat dat de waarheid is. Op den duur wordt deze leugen de dominante stroming in onze maatschappij en wordt het bijna onmogelijk om tegen die stroom in te gaan.

In onze identiteit is dus niet alleen die natuurlijk aanleg aanwezig, die ons tot solidaire, barmhartige en rechtvaardige mensen maakt. Er is ook het constante gefluister op de achtergrond, de stem van de Duivel die ons wijsmaakt dat sommige mensen meer waard zijn dan anderen. Bij alles wat we doen, moeten we ons hele menszijn, ons hart, onze hersenen en onze ziel inspannen om steeds volgens onze natuurlijke fitra te handelen en om al het listig gefluister van Iblis te ontmaskeren en onschadelijk te maken.

Doordat we in deze maatschappij voortdurend van onze ware identiteit worden afgeleid door de massaal gepropageerde duivelse leugen, vergeten we op den duur wie we echt zijn. We weten niet meer hoe waardevol we allemaal zijn. We zijn vervreemd van onze echte identiteit. We zijn verblind door de leugen dat de ene mens meer waard is dan de andere, en daarom zijn we voortdurend bang geworden dat wij zelf niet waardevol genoeg zijn. We weten niet meer wie we zijn. Daarom wordt deze maatschappij “jahiliya” of “onwetendheid” genoemd.

De profetische boodschap

We staan gelukkig niet alleen in onze strijd tegen het gefluister van Iblis. God laat ons niet aan ons lot over. Wij krijgen alle hulp die we nodig hebben. God schenkt ons steun en goede raad. God wil voor ons een gids zijn, zodat we de weg niet kwijtraken. Wat er ook gebeurt, God is steeds dichter bij ons dan we zouden kunnen vermoeden.

Wij hebben de mens geschapen
en we weten wat zijn ego hem influistert
en we zijn dichter bij hem dan zijn halsslagader.

(Koran 50:16)

We hebben niet alleen ons eigen geweten en ons eigen verstand meegekregen die ons kunnen helpen. God heeft ook nog eens duizenden mensen tot profeten gemaakt, tot mensen die een dieper inzicht hadden in deze wereld en die dat inzicht ook konden doorgeven aan hun omgeving.

En we hebben zeker naar ieder volk
een boodschapper gezonden:
“Dien God en blijf weg van de overdrijver.”

En onder hen waren er die God gidste
en onder hen waren er die zich duidelijk vergisten.

Trek dus rond over de aarde
en zie hoe de verwerpers aan hun einde kwamen.

(Koran 16:36)

Profeten zijn mensen die door de Geest van God begeesterd zijn. Zij zijn, veel meer dan andere mensen, gevoelig voor de stille maar zekere stem van de waarheid, voor die kracht van eenheid en van solidariteit, dat ideaal van gerechtigheid en vrede, dat wij “God” noemen. Daardoor zijn zij in staat om diepere inzichten te verwerven dan de meeste anderen. Ze begrijpen intuïtief hoe de wereld in mekaar zit, wat er misloopt en hoe we dat kunnen oplossen.

Deze profeten brengen ons een boodschap van God. Deze boodschap is natuurlijk altijd aangepast aan de samenleving waarin de profeet in kwestie leeft en rondtrekt, maar de kern van de boodschap blijft steeds dezelfde:

“Lieve mensen in deze wereld.

Besef toch dat dit alles is ontstaan
door het scheppende werk
van de Ene God van de Eenheid en de Harmonie.
Besef dat alleen deze Ene God
onze onvoorwaardelijke aanbidding verdient.

Trap toch niet in de val van de de Duivel
die wil dat wij andere krachten of idealen
als goden gaan aanbidden.
Geloof de leugen van de Duivel niet
die ons wil wijsmaken
dat sommige mensen meer waard zijn dan anderen.

Besef dat wij allemaal, alle mensen in de wereld,
door God geschapen zijn en gewenst.
Besef dat God ons in deze wereld heeft gevormd
uit nietige klei waarin Hij zijn Geest geademd heeft.
Besef dat God ons allemaal heeft gewenst in deze wereld
en dat niemand hier overbodig is.
Besef dat God ons allemaal heeft bedoeld
om als vertegenwoordigers te leven
van Zijn Barmhartigheid en Zijn Scheppingskracht.

Besef dat God niets liever wil
dan solidariteit, vrede en gerechtigheid
voor alle schepselen in deze wereld.
Besef dat God droomt van een wereld
waar iedereen goed is voor mekaar.

Besef dat God teleurgesteld, treurig en zelfs kwaad is
op iedereen die anderen als minderwaardig behandelt.

Besef dat God een hekel heeft
aan de heerschappij van de ene mens over de anderen
aan de uitbuiting van de grote meerderheid,
door een handvol rijke en machtige mensen.
Besef dat God een hekel heeft
aan alles wat sommige mensen bevoordeelt,
maar tal van andere mensen uitsluit.

Besef dat God,
die alles heeft geschapen en over alles meester is
geen onderscheid maakt tussen mensen.
Besef dat wij allemaal even waardevol zijn in Zijn ogen.

Besef dat God ook op ons rekent
om hier in deze wereld de macht van het kwade te breken.
Besef dat Hij ook op jou rekent
om de duivelse leugen van Iblis te weerleggen
en om de waarheid helder te zien.

Besef dat God ook wil dat wij opstaan,
jij en ik en iedereen die leeft,
om ons op elk moment van ons leven
bij alles wat we doen en laten
te verzetten tegen deze duistere macht.

Besef dat God niet wil dat wij in slaap vallen
en dat we als halfbewuste zombies
meelopen in de rat race van dit leven
in deze duivelse leugen.

Besef dat God, samen met ons,
droomt van de dag dat iedereen wakker zal worden,
de dag dat iedereen zal opstaan
en zich verzetten tegen de heerschappij van de Duivel.

Lieve mensen, lieve vrienden, lieve kameraden.
Wees toch goed voor mekaar en doe mekaar geen kwaad.

Besef dat andere mensen precies zijn zoals jullie zelf.
Ook andere mensen willen alleen maar geluk vinden
en angst en lijden zoveel mogelijk vermijden.

Besef dat God ons allemaal verschillend heeft geschapen.
Elk van ons heeft haar eigen talenten en vaardigheden,
maar elk van ons heeft ook haar eigen moeilijkheden.
Wij zijn geschapen om Barmhartig te zijn voor mekaar.
We zijn er om mekaar te steunen.

Besef heel goed dat
als de dag komt dat wij door God geoordeeld zullen worden,
de vraag niet zal zijn hoeveel je bezat
of wat je allemaal goed voor mekaar gekregen hebt
of wat andere mensen allemaal over je gezegd hebben.

Besef dat wij allemaal door God geoordeeld zullen worden
op onze barmhartigheid, onze solidariteit
en onze rechtvaardigheid.

Lieve mensen,
Besef dat de hoofdstroming in deze maatschappij,
het geloof dat de ene mens beter zou zijn dan de andere,
niets anders is dan een leugen van de Duivel.
Besef dat wij allemaal even waardevol zijn.
Durf tegen de stroom in te gaan
en mekaar te steunen, te verzorgen en te beminnen.”

Deze boodschap raakt bij de meeste mensen een gevoelige snaar. Dat komt omdat ze niet nieuw is. Profeten komen niet met iets nieuws, maar met een herinnering aan de waarheid die al van voor onze geboorte in onze ziel, in onze hersenen, werd opgeschreven.

De boodschap van de profeten herinnert ons aan onze menselijke natuur, aan onze fitra die ons tot solidaire, barmhartige en rechtvaardige mensen maakt. Deze boodschap is het beste mogelijke tegengif tegen de leugen van de Duivel. Iblis probeert verdeeldheid te zaaien door de ene mens tegen de andere op te zetten, door de ene mens boven de andere te verheffen. Doorheen de profeten herinnert God er ons aan dat dat niet onze natuur is.

De profeten tonen ons dat we niet zijn wat we bezitten. Ze veroordelen openlijk het bezit van de rijke heersende klasse. Ze ontmaskeren die rijkdom als een middel om macht uit te oefenen over mensen, als een statussymbool om de leugen in stand te houden dat de ene mens meer waard zou zijn dan de andere. Al duizenden jaren roepen profeten op om die strijd om rijkdom op te geven. Als iedereen heeft wat ze nodig heeft, dan is dat voldoende. Meer dan dat is niet nodig. Al wat we meer hebben dan dat, versterkt in ons binnenste de stem van Iblis. Al wat we bezitten zonder het echt nodig te hebben, wordt voor ons en voor anderen om ons heen een last, een oorzaak van jaloersheid, frustratie, angst, machtsmisbruik…

De profeten tonen ons ook dat we niet zijn wat we doen. Als we goede dingen doen, dan is dat heel goed. Als we zo handelen dat we een positieve invloed hebben op onszelf, op onze omgeving en op de wereld, dan komt dat iedereen ten goede. Onze hersenen zijn zo gevormd dat wij voor onze goede daden onmiddellijk beloond worden. Maar we mogen niet geloven dat hetgeen we doen ook onze waarde zou bepalen. Niemand van ons kan namelijk genoeg goede daden verrichten om haar onschatbare waarde op die manier te verdienen. Alle goede daden samen, zijn nog geen fractie van een splinter van de enorme waarde die iedere mens heeft. De profeten leren ons dat wij allemaal uiterst waardevol zijn, enkel en alleen omdat God ons heeft geschapen, ons heeft gevormd uit nietige klei en ons Zijn Levensadem heeft ingeblazen. De profeten leren ons dat wij waardevol zijn, juist omdat we mensen zijn.

We leren van de profeten ook dat wij niet zijn wat anderen zeggen over ons. Mensen hebben altijd snel een mening over hun medemensen klaar. Ook al weten ze niet alles over die medemensen, toch oordelen ze snel en vaak zonder genade. Er wordt geroddeld over mensen die een beetje afwijken van deze of die norm. Mensen die niet helemaal passen in het verwachtingspatroon van deze maatschappij, worden uitgesloten en onderdrukt. Anderen worden tot ver boven hun eigen vermogens de hemel in geprezen. Zij worden daardoor in een rol geduwd die hen voortdurend angst aanjaagt. Hoe meer status iemand heeft, hoe meer status ze ook kan verliezen.

De profeten herinneren ons eraan dat wij niets zijn van dat alles. We zijn niet wat we hebben, in tegendeel hetgeen we hebben maakt ons soms zelfs tot onmensen. We zijn niet wat we doen, want gelijk wat we allemaal doen, wij zijn als mensen oneindig veel meer waard dan dat. We zijn niet wat andere mensen van ons zeggen, want andere mensen hebben vaak de neiging om mee te stappen in de duivelse leugen en om de ene mens meer waarde toe te kennen dan de andere.

Juist daarom werkt de boodschap van de profeten zo bevrijdend. De woorden die God ons doorheen Zijn profeten schenkt, zijn helend. Ze kunnen ons genezen van alle kwalen die zijn ontstaan doordat we de leugen van de Duivel begonnen te geloven. Het zijn magische woorden die een magische invloed kunnen uitoefenen op onze ziel, op onze omgeving en op onze eigen persoonlijke levens.

De boodschap van de profeten werkt namelijk helend op verschillende niveaus.

O Mensen,
er is voor jullie advies gekomen van jullie Heer
en genezing voor wat in jullie borst is
en een gids en een barmhartigheid
voor zij die vertrouwen hebben.

(Koran 10:57)

Het is in de eerste plaats een pad dat ons dichter bij de God van de Eenheid en de Harmonie kan brengen. Het is een pad dat ons tot verlichte mensen kan maken, dat ons boven onszelf kan doen uitstijgen. Wanneer we leven volgens de richtlijnen die God ons doorheen Zijn profeten schenkt, dan komen we in de hemel terecht. Wanneer we die boodschap serieus nemen, dan worden we bevrijd van alle ellende die we op ons hebben gehaald toen we de vruchten wilden eten van de boom van onderscheid tussen goed en kwaad.

Het is ook een boodschap die ons helpt om de hele samenleving te genezen. De wijsheid van de profeten wijst ons de richting naar Gods gedroomde rijk van vrede, solidariteit en gerechtigheid. Het is een boodschap die spreekt over de rol die wij als mensen, als vertegenwoordigers van God in deze wereld, kunnen spelen in het Goddelijke plan.

En juist omdat deze maatschappij voortdurend van die Goddelijke rol wordt afgeleid, is de profetische boodschap ook een oproep tot verzet tegen de afgoderij van de heersers, verzet tegen de duivelse leugen dat de ene mens meer waard zou zijn dan de andere. De profeten roepen ons allemaal op om heel kritisch te zijn, om niets anders te aanvaarden dan deze ene waarheid: dat wij allemaal waardevolle wezens zijn, gevormd om de best mogelijke vertegenwoordigers van Gods Barmhartigheid te zijn in deze wereld. Wij moeten leren om alle andere boodschappen te ontmaskeren. Wij moeten leren om ons samen in te zetten om alle machten van het kwade onschadelijk te maken.

Maar deze voortdurende inspanning om tegen de dominante stroom van deze wereld in te gaan, voeren we niet zonder dat het ons iets kost. De machten van deze wereld, de massaal gepropageerde duivelse leugen en de verwoestende invloed die deze leugen heeft op de mensen die hem geloven, zij in staat om ons ernstig te verwonden.

Heel veel medemensen geloven op den duur zelf dat ze niets waard zijn. Als je een heel leven lang van iedereen te horen krijgt dat je niet voldoende bezit, dat je niets goed kunt doen, dat je een onmens en een mislukkeling bent, dan ga je dat op den duur zelf beginnen geloven. Op den duur gedragen sommige mensen zich precies zoals andere mensen het van hen verwachten. Ze gedragen zich alsof ze minderwaardig zijn. Ze zijn bang geworden van de veroordelende meningen van hun medemensen. Ze zijn depressief geworden omdat ze er, net als alle anderen, van overtuigd geraakt zijn dat hun leven mislukt is.

Maar ook hier helpt de boodschap van de profeten. De wijsheid van de profeten kan een helende invloed op onze psyche hebben. De woorden die zij, begeesterd door God, deelden met hun medemensen, kunnen een geneesmiddel zijn voor onze persoonlijke gekwetstheid. Als we de profetische boodschap horen en er eerlijk over nadenken, dan kunnen we ons eigen zelfbeeld op een gezonde manier bijstellen.

Het is belangrijk om af en toe opnieuw te horen dat we meer dan waardevol zijn. Het is belangrijk om af en toe opnieuw te vernemen dat God ons allemaal heeft gevormd uit klei en dan Zijn Levenbrengende Geest in ons heeft geademd. Als we niet af en toe aan deze hoogste waarheid worden herinnerd, dan kunnen we onszelf op den duur verliezen. Als we ons niet af en toe opnieuw kunnen oriënteren op het heldere licht van deze boodschap, dan dwalen we als depressieve zombies rond in de duistere nacht van de duivelse leugen.

Soms kunnen we ons een hele periode lang rot voelen. We hebben dan het gevoel dat we echt niets waard zijn, dat we er echt niets van bakken. We bezitten bijna niets, of misschien juist veel te veel, en daardoor maken we ons voortdurend zorgen. Alles wat we proberen te doen mislukt en op den duur voelen we ons ook echt mislukkelingen. We raken ervan overtuigd dat iedereen kwaad over ons spreekt. We denken dat iedereen op ons neerkijkt. We voelen ons letterlijk waardeloos.

Wie zich afwendt van de herinnering aan Mij,
die zal een depressief leven leiden.

(Koran 20:124)

Juist dan kan de profetische boodschap ons genezen. Juist dan is het van levensbelang dat iemand er ons aan herinnert wat onze echte identiteit is, onze fitra, onze menselijke natuur. Juist dan is het belangrijk om te beseffen dat wij unieke wezens zijn, met unieke vermogens die ons, meer dan wie of wat dan ook, geschikt maken om barmhartige, liefdevolle en creatieve vertegenwoordigers in deze wereld te zijn van de Barmhartige, Liefdevolle en Creatieve God. Juist dan is het nodig dat iemand er ons aan herinnert dat zelfs de engelen buigen voor waardevolle het wonderwezen dat wij allemaal zijn.

Jij en ik en alle mensen die ooit geleefd hebben, wij zijn allen waardevolle wonderwezens die in staat zijn om de Liefdevolle God volmaakt te vertegenwoordigen.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

Van opstandige oproep tot verdovend opium

Deze helende boodschap van de profeten is in staat om heel veel mensen te begeesteren. Deze genezende woorden wekken diep in ons onze barmhartige, solidaire en rechtvaardige natuur weer op. Het zijn woorden die ons aanspreken, ons wakker schudden, ons oproepen om op te staan. Het zijn woorden die ons bevrijden uit de verpletterende greep van de duivelse leugen, woorden die ons genezen uit ons neerdrukkende zombie bestaan.

Juist omdat die woorden zoveel mensen aanspreken, hebben alle profeten steeds een grote groep mensen rondom zich verzameld. Profeten slaagden er niet alleen in om Gods boodschap over te brengen, ze slaagden er ook in om een beweging te vormen van mensen die deze boodschap serieus wilden nemen. Ze beseften namelijk dat Gods boodschap niet zomaar een vrijblijvende spirituele leer is. Het is ook een praktische oproep om in de werkelijkheid het goede te doen en zo mee te werken aan Gods droom van een betere wereld. Het is een oproep tot verzet tegen de machten van het kwade. Het is een oproep tot koppige barmhartigheid, solidariteit en gerechtigheid. Een oproep om niet alleen tegen de stroom in te gaan, maar met z’n allen de stroom te veranderen.

Vooral de uitgesloten en arm gemaakte mensen, de vertrapte en gekleineerde mensen, voelden zich instinctief aangesproken door deze oproep van de profeten. Zij voelden het best hoe helend deze boodschap kan zijn voor mensen die door de maatschappij waardeloos werden gemaakt. Zij beseften heel goed dat deze oproep gericht is tegen de duivelse leugen en tegen de maatschappij die deze leugen volgt. Zij die in deze wereld de ergste slachtoffers geworden zijn van die leugen, herkennen het beste de waarheid, wanneer die tot hen komt.

Maar er zijn altijd ook mensen uit de heersende klasse, die heel goed aanvoelen dat er iets lelijk fout loopt in de maatschappij. Zij beseffen ook hoe gevaarlijk de duivelse leugen is. Ze zien hoeveel privileges de mensen van hun klasse genieten, terwijl anderen in armoede moeten leven. Zij weigeren de leugen in stand te houden dat zij waardevoller zouden zijn dan anderen. Ook die mensen sluiten zich vol overgave aan bij de profetische beweging.

Een groeiende beweging van mensen die begeesterd worden door de profetische boodschap, kan op den duur een echte bedreiging beginnen te vormen voor de belangen van de heersers. Als meer en meer mensen de duivelse leugen verwerpen en hardop verkondigen dat iedereen even waardevol is, dan kan heel het machtssysteem wel eens in mekaar storten. Dat zou heel goed zijn voor iedereen die nu door dat machtssysteem minderwaardig wordt gemaakt, maar veel mensen die nu door het systeem als waardevoller dan anderen worden gemaakt, zijn het daar niet mee eens.

Vaak werden profeten en hun aanhangers door de machthebbers vervolgd. Heersers zetten hun beste militairen en hun slimste theologen in om de profetische beweging zowel fysiek als ideologisch te bestrijden. De koppige aanhangers van de profeten, die bleven vertrouwen op de Goddelijke Waarheid dat wij allen waardevol zijn, werden desnoods uitgemoord.

Sommige aanhangers waren minder standvastig. Misschien waren ze te weinig op de hoogte van de Goddelijke waarheid. Misschien twijfelden ze nog te veel of het echt wel zo was dat alle mensen waardevolle barmhartige, solidaire en rechtvaardige wonderwezens zijn. Misschien waren ze gewoon bang voor het vreselijke geweld van de heersers. Wat ook hun motivering was, ze waren een gemakkelijke prooi voor de theologen van de heersers, die goed betaald werden om de profetische boodschap aan te passen aan de belangen van de heersende klasse.

Dus wee diegenen
die een boek schrijven met hun eigen handen
en zeggen: “Dit komt van God”
en het dan voor wat geldgewin verkopen.

Wee hen voor wat hun handen geschreven hebben
en wee hen voor wat ze ermee gewonnen hebben.

(Koran 2:79)

De heersers en hun goedbetaalde theologen hadden al heel vroeg begrepen dat de beste strategie tegen een opstandige profetische beweging, bestond uit het organiseren van een eigen beweging die er uiterlijk sterk op leek, maar die totaal de omgekeerde boodschap verkondigden. Zo ontstonden nieuwe religies, die allemaal beweerden dat ze teruggaan op de boodschap van de profeten, maar die eigenlijk het tegenovergestelde prediken. Zij herhalen de duivelse leugen dat de ene mens meer waard zou zijn dan de andere, maar doen het nu met citaten en uitspraken die ze aan de profeten toeschrijven.

De theologen van de macht beweren dat de waarheid over onze identiteit, het feit dat wij allen geschapen zijn om de Liefdevolle, Creatieve God te vertegenwoordigen in deze wereld, eigenlijk niet helemaal klopt. Zij beweren dat iedereen in feite zondig en mislukt is en dat alleen gehoorzaamheid aan hen, en aan hun meesters uit de heersende klasse, een mens terug een beetje waardigheid kan geven. Zij verzonnen allerlei regeltjes waar mensen zich zogenaamd aan moeten houden om waardig bevonden te worden door de God die ons geschapen heeft. Zij verzonnen een heel systeem van schuld en boete om ons af te leiden van de God die ons allen oproept tot barmhartigheid en vergevingsgezindheid.

Zij zijn ook de mensen die keer op keer een theologische verklaring geven waarom het rechtvaardig is dat de heersende klasse heerst over de rest van de bevolking. Hun theologie dient om de duivelse leugen dat de ene mens meer waard zou zijn dan de andere te vermommen als een deel van de profetische boodschap en om op die manier de ongelijkheid en de uitbuiting in stand te houden.

De oproep van de profeten om geen andere kracht of ideaal tot god te maken, behalve de Ene God van de Eenheid en de Harmonie, wordt verdraaid tot de plicht om aan allerlei inhoudsloze rituelen deel te nemen. Het dienen van de Ene God van de Solidariteit, de Barmhartigheid en de Rechtvaardigheid, door zelf solidair, barmhartig en rechtvaardig te handelen, verdwijnt. In de plaats daarvan worden mensen gedwongen om de afgoden van de heersende klasse te dienen: Macht, Rijkdom en Status.

Het duurt meestal geen twee eeuwen voor de heersende klasse er op die manier in slaagt om de beweging die een profeet heeft gesticht, te recupereren. Nadat de meest trouwe kameraden uit de weg werden geruimd, komen er duurbetaalde theologen die de beweging een heel nieuwe leer opdringen. De profetische boodschap dat iedereen even waardevol is, wordt doodgezwegen, de oproep tot opstand wordt uit de leer geschrapt. Onze menselijke natuur, die ons aanzet om solidair, barmhartig en rechtvaardig te zijn, wordt genegeerd. De leugen van de Duivel wordt overal versterkt. De nieuwe versie is een religie geworden die mensen eerst bang maakt dat ze waardeloos zouden kunnen zijn en hen dan verdooft met allerlei bovennatuurlijke sprookjes en hen ondertussen braaf en gehoorzaam houdt. Het is opium voor het volk geworden.

De afgod van de eigen zuiverheid

Alleen de mensen die zich strikt houden aan de boodschap van hun profeet, zijn in staat om deze religieuze recuperatie te doorzien. Zij verzetten zich tegen deze nieuwe religies van de heersers. Ze ontmaskeren de duivelse leugen. Zij ontmaskeren de theologie van de heersers als opium dat de mensen verdooft. Ze ontmaskeren de religie van de heersers als dwangdienst aan de afgoden van deze wereld.

In iedere generatie zijn er opnieuw honderden mensen die de leugen doorzien en op zoek gaan naar de echte, zuivere leer van de profeten. Zij proberen om de boodschap van hun profeet in de meest zuivere versie terug te vinden. Ze beseffen namelijk dat die boodschap helaas bezoedeld werd door die nieuwe religie van de heersers en hun theologen.

Het is goed om in die omstandigheden kritisch te zijn en te proberen om alle mogelijke vormen van onzuiverheid te ontdekken die de profetische boodschap veranderen in zijn tegendeel. Maar die houding kan ook gevaarlijk zijn als we erin overdrijven.

Iblis, de listige fluisteraar, beseft wanneer hij van tactiek moet veranderen. Mensen die niet meer geloven in de leugen van de heersende klasse, die heel goed doorhebben dat de heersers niet meer waarde hebben dan de overheersten, zullen die leugen niet zo snel meer geloven. Dat soort mensen moet je iets anders wijsmaken als je ze van het rechte pad wil afhalen.

Daarom heeft ook Iblis zijn leugens in andere termen leren verpakken. Hij maakt de zuivere volgelingen van de profeten wijs dat zij, juist doordat ze zo zuiver zijn, meer waard zijn dan de andere mensen. Hij maakt hen wijs dat alleen de meest zuivere aanhangers van de profetische beweging, ook waardevol genoeg zijn in Gods ogen.

Mensen die deze, iets meer gesofisticeerde versie van de duivelse leugen geloven, gaan steeds heviger op zoek naar alle vormen van onzuiverheid bij zichzelf en bij hun kameraden. De minste afwijking zien ze als een bron van onzuiverheid, een kankercel in het lichaam van de beweging. Iedere afwijking moet dan ook zo snel mogelijk uit verwijderd worden, anders kan de hele beweging kapot gaan.

Dat begint vaak met terechte kritiek op vergissingen en fouten van kameraden, maar daar blijft het niet bij. Allerlei details uit het leven van de profeet worden ineens in de verf gezet en iedereen die de profeet niet ook tot in die details wil navolgen, wordt als een afvallige gezien.

“Onze profeet bad vijf keer per dag en jij maar drie keer.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

“Onze profeet was een man en jij bent een vrouw.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

“Onze profeet at met zijn linkerhand en jij met je rechter.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

“Onze profeet was heteroseksueel en jij bent queer.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

“De profeet was rechtshandig en jij bent linkshandig.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

“De profeet sliep op zijn rechterzij en jij slaapt op je rug.
Jij bent dus onzuiver en minderwaardig.”

Op den duur werden sommige aanhangers van de profetische beweging zo dronken door hun ingebeelde zuiverheid en de ingebeelde onzuiverheid van de anderen, dat zij zich alleen nog bezighielden met het veroordelen van zogenaamde afvalligen die eigenlijk hun kameraden hadden moeten zijn.

Op die manier kon de Duivel dankzij het sprookje van de zogenaamde zuiverheid zijn leugen ook binnenbrengen in die delen van de profetische beweging die probeerden authentiek te blijven. Mensen die hun tocht op het profetische pad begonnen waren omdat ze begrepen dat iedereen evenwaardig is, dat iedereen als wonderlijk waardevol wezen geschapen is om God te vertegenwoordigen in deze wereld, begonnen door dat sprookje zelf meer en meer te denken over goede en slechte mensen, zuivere en onzuivere mensen, waardevolle en waardeloze mensen.

Tal van mensen die elk op hun manier een schitterende bijdrage hadden kunnen leveren aan de profetische beweging voor een betere wereld, werden door de zuiverheidsfanaten uitgesloten. De ene omdat ze muziek maakte, de andere omdat ze zich niet conform de regels van de zuiverheid wilde kleden. Sommige mensen werden uit de beweging geweerd omdat ze de woorden van de profeten op een net iets andere manier interpreteerden, of omdat ze anders dachten over één of ander detail uit de profetische boodschap.

Die zuiverheidsfanaten, of fundamentalisten zoals ze vandaag de dag genoemd worden, hebben van hun eigen verzonnen zuiverheid hun nieuwe afgod gemaakt. Zij beweren wel dat zij de beste en meest zuivere dienaars zijn van de Ene God van Eenheid en Harmonie, maar met hun zuiverheidswaan brengen ze juist verdeeldheid en wanorde. Zij beweren wel dat ze de boodschap van de profeten op de meest zuivere manier willen doorgeven, maar eigenlijk geven ze vooral de duivelse leugen door. Zij hebben de boodschap van de profeten veranderd in een complex kluwen van regels en voorschriften. Wie deze voorschriften niet volgt, is volgens hen niet zuiver en dus ook niet waardig om een deel van de profetische beweging te zijn.

Maar dat is precies het omgekeerde van de echte profetische boodschap. De profeten roepen ons op tot een leven van solidariteit en barmhartigheid. Een leven waar iedereen mekaar ondersteunt, zodat de foutjes en tekorten van de ene kunnen worden opgevangen door de talenten en de vaardigheden van de ander. Wij zijn geschapen om samen te werken voor een betere wereld. Wij zijn allemaal waardevolle, wonderlijke wezens die perfect gevormd zijn om God te vertegenwoordigen in deze wereld. Niemand eist van ons dat we zuiverder zijn dan ene ander.

Waarlijk, wij hebben
de mens in de beste vorm geschapen.

(Koran 95:4)

Iedereen die doet alsof zogenaamd zuivere mensen meer waard zijn dan zogenaamd onzuivere mensen, heeft van zijn eigen zuiverheidswaan zijn afgod gemaakt.

De duivelse leugen in een neoliberaal jasje

Hoe is het dan vandaag gesteld? In wat voor soort maatschappij leven wij vandaag? Hoe zit het in onze wereld met de duivelse leugen? Hoe kunnen wij er hier en nu weer aan herinnerd worden wat onze fitra, onze ware natuur is?

We leven in een neoliberale kapitalistische wereld. De heersende klasse van vandaag bestaat uit mensen die kapitaal bezitten, mensen die privé-eigenaar zijn van grote bedrijven, multinationale ondernemingen, fabrieken, banken, winkelketens… Deze mensen hebben geld geïnvesteerd in die bedrijven en ze willen winst maken op die investering. Een machine draait echter niet vanzelf, een bedrijf kan niets doen zonder dat er werknemers arbeid leveren. Daarom betalen ze arbeiders en bedienden een loon om voor hen te komen werken. Die werkers zijn het die de winst voortbrengen. Zij krijgen namelijk slechts een fractie van de door hun gecreëerde nieuwe waarde als loon uitbetaald, de rest blijft zitten in de zakken van de investeerder die het kapitaal geleverd heeft.

Het kapitalisme is in onze tijd heel ver doorgedraaid. Het is een kapitalisme op steroïden geworden. De kapitalistische markt heeft ieder stukje van de wereld in zijn greep gekregen. Van de dorste woestijnen tot de koudste ijsvlaktes en van de diepste oceanen tot de dichtst begroeide regenwouden, de markt verandert alles in koopwaar en alle mensen in werkers en/of consumenten. Ons hele leven wordt beheerst door die markt. Voor iedere behoefte die wij hebben, belooft de markt ons dat wij de juiste bevrediging kunnen kopen. Alles is koopwaar geworden. De enige waarde die dit systeem erkent is de ruilwaarde.

De heersende ideologie in dit systeem is het onvoorwaardelijk geloof in de vrije markt. Deze markt heeft volgens de mythologie een onzichtbare hand die via vraag en aanbod voor ieder probleem een oplossing (en voor iedere oplossing de juiste marktprijs) weet te vinden. Die markt moet kost wat kost volledig vrij zijn, er mogen geen lastige regels en wetten zijn die de markt beperkingen oplegt. Alles moet vrij verhandelbaar zijn, zelfs de meest intieme en de meest heilige dingen in ons leven.

Deze vrije markt eist ook van ons allen dat wij vrije individuen worden. Dat betekent dat we ons bevrijden van alle banden die we hebben met andere mensen. We moeten vrij worden van lastige gewoontes als zorgzaamheid, solidariteit, barmhartigheid of gerechtigheid. We moeten leren om vrij en individueel zoveel mogelijk te consumeren. Zo worden we gelukkig. Dat is wat de ideologie van het neoliberalisme ons voorliegt.

Dat is niet de enige leugen die de neoliberale ideologie ons wil opdringen. Wij worden langs alle kanten gebombardeerd met beelden van mensen die hypergelukkig zijn, mensen die geslaagd zijn in het leven, die succesvol zijn. We krijgen te horen dat die mensen de norm zijn en dat iedereen die niet in dat succesvolle en gelukkige plaatje past, een loser is. We krijgen te horen dat die losers hun lot zelf hebben gezocht, dat ze niet voldoende hun best hebben gedaan om zelf ook succes te hebben. Als we zelf geen loser willen worden, dan moeten we leren om de juiste dingen te consumeren, want de neoliberale markt verkoopt een oplossing voor ieder probleem.

Dit systeem propageert niet alleen de oeroude leugen van de Duivel, namelijk dat de ene mens meer waard zou zijn dan de ander. Ze maakt de mensen dan ook nog eens wijs dat de winners winners zijn door hun eigen verdienste en dat het de eigen schuld van de losers is dat ze losers zijn.

“Ben jij een loser? Ben jij niet succesvol?
Dan ben je minderwaardig. Dan is dat je eigen schuld.
Je had maar beter je best moeten doen.”

Als wij allemaal vrij gemaakte individuen zijn, dan is ons lot volledig afhankelijk van onze eigen keuzes. Als we dus arm geworden zijn of te moe of te bang om nog mee te draaien in de rat race van deze wereld, dan is dat ook het gevolg van onze eigen keuzes. Als we de juiste keuzes maken, de juiste producten consumeren en de juiste handelingen verrichten, stijgt onze waarde in de maatschappij en worden we beloond met een dosis geluk. Als we de verkeerde keuzes maken, dan daalt onze waarde in de maatschappij en worden we ongelukkig. Dat is dan onze eigen schuld. Maar geen nood, we kunnen nog altijd producten consumeren en hopen dat we zo weer een beetje gelukkiger worden.

“Heb jij een laag inkomen? Ben je uit de boot gevallen?
Woon je in een krotwoning?
Dan ben je minderwaardig. Dan is dat je eigen schuld.
Je had maar beter je best moeten doen
en de juiste keuzes maken in je leven.”

Als we te ongelukkig worden, dan kunnen we daar pillen voor kopen. Als we te opgefokt raken, dan kunnen we daar ook pillen voor kopen. Als we het allemaal niet meer zo goed weten, dan is er een hele markt van lifestyle coaches die hun luisterend oor verhuren en daar af en toe ook wat goedbedoelde raad bij verkopen.

“Voel je je niet goed in je vel? Ben je helemaal uitgebrand?
Ben je depressief? Kun je niet meer mee?
Dan ben je minderwaardig. Dan is dat je eigen schuld.
Je moet maar wat meer pillen consumeren
en misschien een lifestyle coach inhuren.”

Als we niet tevreden zijn met ons uiterlijk, dan kunnen we op de markt alles kopen van lipstick en mascara via het hele scala light-producten tot vetverbrandingstoestellen en plastische chirurgie.

“Ben je te dik volgens onze schoonheidsnormen?
Dan ben je minderwaardig. Dan is dat je eigen schuld.
Je moet maar meer light-producten consumeren
en je in een paar fitnessclubs inschrijven.”

Zelfs wanneer we op zoek zijn naar meer spiritualiteit, heeft de markt voor ons allerlei koopklare oplossingen. We kunnen onszelf een eigen religie samenstellen, met de lekkerste stukjes uit alle grote wereldreligies. Een beetje boeddhistische mindfulness combineren met tantrische yoga tegen een achtergrond van gregoriaanse gezangen? De vibraties opsnuiven van edelstenen of de geheimen van de Tarot bestuderen? Eerst een danscursus volgens de Soefi traditie en daarna een meditatiecursus volgens de Joodse Kabala? De vrije individu mag zelf kiezen welke stukjes spiritualiteit ze wil consumeren en de vrije markt levert alle nodige DVD’s, boeken, toverdrankjes en wat je ook maar wil. Tegen de juiste prijs natuurlijk.

“Zit je met een gevoel van spirituele leegte
die je maar niet opgevuld krijgt?
Dan ben je minderwaardig. Dan is dat je eigen schuld.
Je moet maar meer spirituele DVD’s kopen
of nog een paar extra spirituele cursussen volgen.”

De ideologie van de vrije markt noemt zichzelf een meritocratie. Ze beweren dat iedereen krijgt wat ze verdient. Ze zegt dat iedereen, door de keuzes die ze maakt en de producten die ze al dan niet consumeert, zelf verantwoordelijk is voor de situatie waar ze in verzeild is geraakt. Maar ook dat is niets anders dan de zoveelste versie van de duivelse leugen.

Eerst en vooral is onze natuur niet die van een consument. Wij zijn zo veel meer dan de producten die we consumeren. Onze natuur is ook niet die van een werker of een kapitalist. Wij zijn zo veel meer dan de economische positie die we innemen in dit hele systeem. Wij zijn mensen, wezens die op een wonderlijke manier gevormd zijn tot vertegenwoordigers van God in deze wereld.

Het is ook een leugen dat ons lot onze eigen schuld is. Deze maatschappij duwt voortdurend mensen in de armoede. Miljoenen mensen leven in de meest vreselijke omstandigheden. Alleen al in Europa zijn er twintig miljoen mensen die in armoede leven. Duizenden mensen zijn dakloos. Daar komt ook nog eens bij dat het neoliberale kapitalisme, om de meest verleidelijke prijzen te kunnen blijven aanbieden, miljoenen mensen uitbuit in de Derde Wereld. De waarheid is dat dit systeem voortdurend armoede en uitbuiting op grote schaal organiseert en dat het die armoede en die uitbuiting nodig heeft om te blijven functioneren.

Dit systeem veroorzaakt niet alleen massale armoede, het maakt mensen ook kapot door een ondraaglijke stress. Burn-out en depressie zijn ware epidemies geworden. Meer en meer mensen worden gekraakt door de zware rat race van dit systeem. Tien procent van alle Belgen slikken antidepressiva. Het is een leugen dat mensen die zich niet goed voelen, dat aan hun eigen keuzes in het leven te danken zouden hebben. De waarheid is dat dit systeem aan de lopende band mensen psychisch verwondt en breekt.

Maar de belangrijkste leugen in heel deze neoliberale mythologie, is het idee dat mensen minderwaardig zouden zijn. Het idee dat er losers en winners zijn, dat de ene mens meer waard zou zijn dan de andere. De leugen waar alle andere leugens van het neoliberalisme op rusten, is de eeuwenoude leugen van de Duivel.

De enige reden waarom wij al deze leugens blijven geloven, is omdat we vergeten wat de enige echte waarheid is. Wij vergeten dat wij mensen zijn, dat de God van de Eenheid en de Harmonie ons heeft gevormd uit klei en in ons Zijn Levenbrengende Geest heeft ingeademd. Wij vergeten dat wij de perfecte wezens zijn om God te vertegenwoordigen op deze wereld. Wij vergeten dat het juist daarom onze fitra, onze menselijke natuur is om goed te zijn voor anderen, om solidair te zijn en op te komen voor rech